Het college kan aan een werknemer een meeneembare voorziening dan wel een vergoeding voor de aanschaf daarvan toekennen voor zover aan alle onderstaande voorwaarden wordt voldaan:
de meeneembare voorziening is naar verwachting gedurende minimaal 6 maanden noodzakelijk om de werknemer zijn of haar werk te kunnen laten uitvoeren;
er is sprake van een dienstverband voor de duur van tenminste 6 maanden en voor minimaal 12 uur per week;
er kan voor de meeneembare voorziening geen beroep worden gedaan op een voorliggende voorziening;
de kosten van de mee te nemen voorziening dienen naar het oordeel van het college proportioneel te zijn, dat wil zeggen dat de investering in de voorziening moet opwegen tegen de opbrengsten van uitstroom naar werk;
er naar het oordeel van het college geen sprake is van een werkplekaanpassing die in zijn algemeenheid van de werkgever kan worden verlangd.
In afwijking van het tweede lid, onder b, kan een meeneembare voorziening ook worden toegekend bij een proefplaats met behoud van uitkering.
Een meeneembare voorziening die in natura wordt toegekend wordt in beginsel in bruikleen beschikbaar gesteld aan de werknemer tenzij sprake is van een individuele maatwerkvoorziening en/of dat bruikleen gezien de aard van de voorziening niet mogelijk of wenselijk is.
HOOFDSTUK 2.
Artikel 15.
Meeneembare voorzieningen
Onderdeel van Re-integratieverordening Participatiewet Renkum 2023