Het college kan een persoon als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onder a, van de wet die algemene bijstand ontvangt, toestemming verlenen om op een proefplaats als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel h, van de wet, onbeloonde werkzaamheden te verrichten met behoud van uitkering.
De duur van de proefplaats is twee maanden.
De periode als bedoeld in het tweede lid kan maximaal twee keer met 2 maanden worden verlengd tot een totale maximale duur van de proefplaats van 6 maanden, indien:
in de persoon gelegen factoren een langere periode noodzaken;
de werkgever kan aantonen dat verlengen in dit specifieke geval noodzakelijk is.
Voor een proefplaats wordt uitsluitend toestemming verleend als:
de persoon, gelet op zijn vaardigheden en capaciteiten, tot de werkzaamheden in staat is;
het college verwacht dat de proefplaats bijdraagt aan het vergroten van de kans op arbeidsinschakeling;
de persoon niet eerder bij de betreffende werkgever of zijn rechtsvoorganger(s) betaald heeft gewerkt, stage heeft gelopen of onbeloonde werkzaamheden heeft verricht in dezelfde of vergelijkbare functie, tenzij sprake is van gewijzigde omstandigheden die naar het oordeel van het college een proefplaats rechtvaardigen;
de werkgever bij aanvang van de proefplaats schriftelijk de intentie heeft uitgesproken dat hij de persoon, bij gebleken geschiktheid, direct aansluitend aan zijn proefplaats, voor minimaal 6 maanden, zonder proeftijd, in dienst zal nemen.
Het college weigert de toestemming, bedoeld in het eerste lid, als:
redelijkerwijs kan worden aangenomen dat de persoon ook zonder proefplaats kan worden aangenomen voor dat werk, of
als direct na de proefplaats sprake zou zijn van een dienstverband met forfaitaire loonkostensubsidie als bedoeld in artikel 10d, vijfde lid, van de wet.
Als de werkzaamheden op de proefplaats wegens ziekte worden onderbroken, dan wordt de ziekteperiode voor de toepassing van de maximale periode dat de proefplaatsing mag duren buiten beschouwing gelaten.
Voorafgaand aan de proefplaats worden in een schriftelijke overeenkomst tussen het college en de werkgever minimaal vastgelegd:
dat sprake is van een proefplaats in de zin van artikel 6, eerste lid, onderdeel h, van de wet;
het doel van de proefplaats;
de duur en de urenomvang per week van de proefplaats;
de wijze van begeleiding;
de intentieverklaring dat de werkgever de persoon, bij gebleken geschiktheid, na de proefplaats direct een dienstverband van minimaal 6 maanden aanbiedt zonder proeftijd voor minimaal het aantal uren dat voor de proefplaats is overeengekomen, tenzij tijdens de proefplaats blijkt dat het urenaantal in het belang van de persoon verlaagd moet worden;
dat de werkgever tijdens de proefplaats voor de persoon een ongevallen- en aansprakelijkheidsverzekering afsluit en de gemeente vrijwaart voor alle in- en buitengerechtelijke aanspraken op vergoeding van eventuele schades;
dat de persoon werkzaamheden zal verrichten conform de voor de betreffende functie en werkzaamheden geldende voorschriften en wettelijke bepalingen.
HOOFDSTUK 2.
Artikel 16.
Proefplaats
Onderdeel van Re-integratieverordening Participatiewet Renkum 2023