In deze verordening wordt verstaan onder:
- - ‘gebruik maken’ in hoofdstuk II Afvalstoffenheffing: gebruik maken in de zin van artikel 15.33 Wet milieubeheer
- - huishoudelijke afvalstoffen: afvalstoffen afkomstig uit particuliere huishoudens, afvalwater en autowrakken daaronder niet begrepen, behoudens voor zover het afgegeven ingezamelde bestanddelen van die afvalstoffen betreft, die zijn aangewezen als gevaarlijke afvalstoffen;
- - fijn bedrijfsafval: afvalstoffen die niet vrijkomen uit het productieproces binnen een bedrijf en die qua aard, hoeveelheid en samenstelling vergelijkbaar zijn met huishoudelijk afval;
- - afvalpas: adresgebonden chipkaart voor het ontsluiten van restafvalcontainers
- - restafvalcontainer: de vanwege de gemeente geplaatste restafvalcontainers, die kunnen worden ontsloten door middel van een afvalpas
- - Afvalhout A,B en C
- - A-hout = onbewerkt hout
- - B-hout = hardboard, zachtboard, spaanplaat, vezelplaat, geperst hout, gebruikte meubels (geen rotan), geverfd hout, deuren en kozijnen (zonder glas en aluminium), niet-geïmpregneerd houtafval, sloophout, triplex en multiplex
- - C-hout = verduurzaamd of geïmpregneerd hout. Dit hout is bewerkt met stoffen die schadelijk zijn voor het milieu.