1.
Het ontwerp is afgestemd op het maatgevende voertuig.
2.
Wegen zijn zodanig ontworpen dat oneigenlijk gebruik van de verharding of het afsnijden van bochten (ook bij verhoogde kruisingsvlakken) niet mogelijk is.
3.
Het profiel van de weg is per project ter goedkeuring aan team beheer voorgelegd door de initiatiefnemer (Bijvoorbeeld tonrond, op een oor, hol).
4.
Het ontwerp is aantoonbaar getoetst door rijcurve of soortgelijke programmatuur.
5.
Langs wegen buiten de bebouwde kom is de obstakelvrije ruimte groter dan 1 m.
6.
Langs rijwegen en parkeervakken binnen de bebouwde kom is de obstakelvrije ruimte groter dan 0,5 m.
7.
Boven een rijweg is de obstakelvrije ruimte groter dan 4,5 m.
8.
De benodigde breedte tussen obstakels is minimaal 2,3 m in verband met sneeuwploegbreedte.
Hoofdstuk 5 › Paragraaf 5.2
Artikel 5.2.3
Maatvoering/dimensionering
Onderdeel van Leidraad Inrichting Openbare Ruimte (LIOR) 2023