Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5 › Paragraaf 5.2

Artikel 5.2.2

Materiaal

Onderdeel van Leidraad Inrichting Openbare Ruimte (LIOR) 2023

1. Op basis van de wegcategorisering is bepaald welke inrichting en welk type verharding van toepassing is. Afwijkingen alleen na overleg met- en goedkeuring van team beheer. 2. Materialen voldoen aan de komo-keur voor: straatbakstenen, productcertificaat op basis van BRL "Straatbaksteen" d.d. 20 november 2020, afgegeven conform het CI-Reglement voor Certificatie; betonstraatstenen, productcertificaat op basis van BRL 2312 "Betonstraatsteen" d.d. 1 mei 2016 inclusief wijzigingsblad d.d. 15 januari 2021, afgegeven conform het CI-Reglement voor Certificatie. 3. Waar bermverharding is toegepast bestaat deze uit: grasbetonblokken (type SecuBric van Swaansbeton); bij gebruik van bermblokken met een breedte van 0,6 m of meer langs wegen buiten de bebouwde kom, deze blokken met dwars ribbel uitvoeren; kunststofblokken zijn niet toegestaan. 4. Bij inkoop van tegels, stoepranden en betonstenen gelden de eisen conform het criteria Duurzaam Inkopen (zie ook Bijlage 2). 5. De materiaalkeuze is afgestemd op het machinaal straten. Er zijn geen tegels toegepast die niet vacuüm gezogen kunnen worden. 6. Als straatzand is brekerzand of scherp rivierzand toegepast. Het straatzand is niet verontreinigd en is vrij van zaden. 7. Om het gewenst verticaal alignement te verkrijgen is voor ophoging van wegen uitsluitend hiertoe geschikt ophoogzand gebruikt dat voldoet aan de eisen voor zand in aanvulling of ophoging (Standaard RAW-bepaling). 8. Geen lijngoten toepassen, tenzij er zwaarwegende beeldkwaliteitseisen van toepassing zijn. 9. Middengeleiders uitvoeren in RWS of oploopbanden. Plakbanden zijn niet toegestaan.

Rechtspraak bij dit artikel