1.. De commissie bestaat uit maximaal tien leden, de voorzitter daaronder begrepen. Het college kan daarnaast maximaal tien plaatsvervangers benoemen die hen bij afwezigheid kunnen vervangen.

2.. De leden en de plaatsvervangers worden benoemd op persoonlijke titel op grond van de professionele deskundigheid die nodig is voor de advisering, alsmede op grond van maatschappelijke kennis en ervaring.

3.. In afwijking van het tweede lid kunnen maximaal twee burgerleden en twee plaatsvervangers worden benoemd. Zij worden benoemd op persoonlijke titel op grond van maatschappelijke kennis en ervaring.

4.. De commissie telt gelet op artikel 17.9, eerste lid, van de wet enkele leden deskundig op het gebied van de monumentenzorg.

5.. De disciplines die de leden in gezamenlijkheid vertegenwoordigen zijn tenminste: cultuurhistorie, bouw- en architectuurhistorie, restauratiearchitectuur, landschap, stedenbouw en architectuur.