1.. De commissie bestaat uit maximaal acht leden, de voorzitter daaronder begrepen. De raad kan daarnaast maximaal acht plaatsvervangers benoemen die hen bij afwezigheid kunnen vervangen.

2.. De leden en de plaatsvervangers worden benoemd op persoonlijke titel op grond van de professionele deskundigheid die nodig is voor de advisering, alsmede op grond van maatschappelijke kennis en ervaring.

3.. In afwijking van het tweede lid kan maximaal een burgerlid en een plaatsvervanger worden benoemd. Zij worden benoemd op persoonlijke titel op grond van maatschappelijke kennis en ervaring.

4.. De commissie telt gelet op artikel 17.9, eerste lid, van de wet enkele leden deskundig op het gebied van de monumentenzorg.

5.. De disciplines die de leden in gezamenlijkheid vertegenwoordigen zijn tenminste: cultuurhistorie, bouw- en architectuurhistorie, restauratiearchitectuur, landschap, stedenbouw en architectuur.