Het college kan voor uitkeringsgerechtigden onbeloonde maatschappelijk nuttige werkzaamheden inzetten als tegenprestatie voor zover die werkzaamheden:

  • - naar zijn aard niet zijn gericht op toeleiding tot de arbeidsmarkt en;
  • - niet zijn bedoeld als re-integratie instrument en;
  • - worden verricht naast of in aanvulling op reguliere arbeid in de organisatie waarin ze worden verricht en;
  • - niet leiden tot verdringing op de arbeidsmarkt.