1.. Het is verboden zonder vergunning (omgevingsvergunning voor het kappen van een houtopstand) van het college een houtopstand te vellen of te doen vellen als deze:

  • - op een bijzondere bomenlijst staat;
  • - buiten de bebouwde kom en niet op een erf of een tuin staat;
  • - meldingsplichtig is op grond van de Wet natuurbescherming of afdeling 11.3 van het Besluit activiteiten leefomgeving; of,
  • - op grond van artikel 7 en 8 (herplant) is geplant, ook als deze nog niet de omvang heeft bereikt als bedoeld in artikel 1, eerste lid, aanhef en onder e van deze verordening.

2.. De vergunning kan worden geweigerd indien het belang van verlening niet opweegt tegen één of meer van de volgende waarden van behoud van de houtopstand:

  • - waarden van milieu en leefbaarheid;
  • - cultuurhistorische waarden;
  • - waarden van landschaps-, stads- en dorpsschoon;
  • - waarden van biodiversiteit.

3.. In beginsel wordt de vergunning geweigerd indien:

  • - de houtopstand is aangelegd op basis van artikel 7 en 8,
  • - de houtopstand is aangelegd met (overheids)subsidie, of
  • - de houtopstand is aangelegd op basis van een voorwaarde verbonden aan een vergunning of een (afwijking van het) bestemmingsplan.

4.. Een vergunning mag niet worden geweigerd indien deze wordt aangevraagd om te voldoen aan een verplichting ingevolge artikel 5:42 van het Burgerlijk Wetboek.

5.. Het college kan, indien zij dit nodig acht voor de beoordeling, bepalen dat de aanvrager een Bomen Effect Analyse bij de aanvraag moet overleggen.