**1..** Als een openstaande vordering op verschillende wijze kan worden ingevorderd, dient te worden gekozen voor de meest effectieve en efficiënte invorderingsbehandeling, tenzij het belang van de invordering daardoor zou worden geschaad. Belangrijke indicatoren van effectiviteit en efficiency zijn eenvoud, snelheid en een lage kostprijs.
**2..** Hoewel de ambtenaar die belast is met het invorderen bij het invorderen rekening kan houden met persoonlijke omstandigheden van de debiteur/belastingschuldige, is zijn taak er in de eerste plaats op gericht om er zorg voor te dragen dat een openstaande vordering, binnen de gestelde termijnen, wordt voldaan.
**3..** De ambtenaar die belast is met het invorderen dient bij het invorderen van de vorderingen altijd zorgvuldig, tactvol, objectief en correct te handelen. Daarbij dienen de algemene beginselen van behoorlijk bestuur als uitgangspunt.
**4..** Dit geldt in het bijzonder voor de navolgende beginselen:
- - Gelijkheidsbeginsel: soortgelijk gevallen dienen gelijk behandeld te worden;
- - Motiveringsbeginsel: handelingen of besluiten dienen deugdelijk te worden gemotiveerd, zodat de debiteur of derde kennis kan nemen van de beweegredenen en zich tegen de (voorgenomen) handelingen of besluiten kan verweren;
- - Rechtszekerheidsbeginsel: als het vertrouwen van de debiteur in een invorderingskwestie (terecht) wordt opgewekt, wordt dat vertrouwen gehonoreerd. Het opwekken van vertrouwen kan er nooit op gericht zijn dat daardoor een vordering komt te vervallen. Hiervoor zal altijd een gemotiveerd besluit aan ten grondslag moeten liggen;
- - Zorgvuldigheidsbeginsel: de wettelijk toegekende invorderingsbevoegdheden worden gebruikt in overeenstemming met hun bedoeling.