1.. De gemeentegarantie strekt alleen tot zekerstelling aan de geldgever van de betaling van rente en aflossing als de geldnemer daarmee in gebreke is gebleven;

2.. Gemeentelijke garantie kan alleen worden verleend op leningen die zijn verstrekt door een bank;

3.. De gemeente toetst de financiële positie en betrouwbaarheid van de betrokken bank aan dezelfde criteria genoemd onder artikel 6, lid 1 a, b en c;

4.. De gemeentelijke garantie wordt verstrekt ten aanzien van een geldlening; garantie ten aanzien van dekking in een exploitatietekort is uitgesloten. Eveneens als alle vormen van (terug-)koopgarantie van panden, grond en/of inventaris;

5.. Het doel waarvoor de lening is aangegaan en waaraan de garantieverlening is verbonden mag gedurende de looptijd van de lening niet worden gewijzigd;

6.. Het garantiebedrag neemt jaarlijks af met het aflossingsbedrag op de lening tussen de geldvertrekker en de geldnemer.