**1..** Aan de ambtenaren van politie als bedoeld in artikel 2, aanhef en onder a van de Politiewet 2012 op te dragen de bevoegdheid tot het opleggen van een gebiedsontzegging zoals bedoeld in artikel 2.4.3, eerste lid, van de APV, met uitzondering van hetgeen gesteld onder artikel 4, derde lid, van de Beleidsregels gebiedsontzegging artikel 2.4.3 APV.
**2..** Aan de schaal 9 en hoger ambtenaren van politie op te dragen de bevoegdheid tot het opleggen van een gebiedsontzegging zoals bedoeld in artikel 2.4.3, tweede lid van de APV, voor een periode van maximaal één maand, met uitzondering van hetgeen gesteld onder artikel 4, derde lid, van de Beleidsregels gebiedsontzegging artikel 2.4.3 APV.
**3..** Te bepalen dat bij gebruikmaking van de onder besluitpunt 1 en 2 omschreven mandaten de “Beleidsregels gebiedsontzegging artikel 2.4.3 APV” in acht worden genomen. En te bepalen dat de politie de burgemeester onverwijld informeert van de besluiten die zij in mandaat heeft genomen.
**4..** In te trekken het “Besluit mandaat verblijfsontzegging harddrugs en straatprostitutie 2022” d.d. 7 juni 2022, in werking getreden op 17 juni 2022.
**5..** In te trekken de “Instructies verblijfsontzegging harddrugs gerelateerde overlast” en de “Instructies verblijfsontzeggingen i.v.m. straatprostitutie” d.d. 7 juni 2022, in werking getreden op 17 juni 2022.
**6..** Te bepalen dat dit besluit in werking treedt op de dag na die van bekendmaking in het Gemeenteblad.
**7..** Te bepalen dat dit besluit kan worden aangehaald als “Besluit mandaat gebiedsontzegging artikel 2.4.3 APV”.