**1..** Voegen soort melding toe; zie artikel 2 en 3 ‘Aanleiding voor adresonderzoek’;
**2..** Voeg alle ontvangen documenten en bewijsstukken toe (minimaal 3 bronnen);
**3..** Voeg de brieven en besluiten toe die tijdens het onderzoek zijn verstuurd;
**4..** Voeg verslagen van huisbezoeken toe en (telefoon)gesprekken met daarin gemaakte afspraken;
**5..** Voeg verzonden en ontvangen e-mailberichten toe en anderszins verstuurde en ontvangen berichten;
**6..** Wees bij opstellen berichten, e-mails en gespreksverslagen bewust van het feit dat het onderzoeksdossier ingezien mag worden;
**7..** Waarborg privacy en veiligheid van de melder en andere personen die voorkomen in het dossier. Spreek over een melder in plaats van de naam te noemen;
**8..** Verwerk zakelijke feiten en laat eigen interpretaties achterwege;
**9..** Voeg informatie toe verkregen via internet/Social, hier zijn voorwaarden aan verbonden:
Het kan voorkomen dat betrokkene niet te achterhalen is via de reguliere bronnen. In dat geval kan binnen het adresonderzoek in tweede instantie ook een internet onderzoek worden uitgevoerd. Onder internet onderzoek wordt verstaan: het zoeken van informatie over de feitelijke verblijfplaats van de ingeschrevene via het publiekelijk toegankelijke net, zoals Google, Facebook, LinkedIn en andere Social media. Het doel daarbij is om bewijs te verzamelen teneinde een foutieve en oneigenlijke inschrijving in de BRP aan het licht te brengen en ambtshalve te kunnen corrigeren. Het gaat hier om gericht onderzoek naar betrokkene.
Hoofdstuk 1.
Artikel 9
Eisen aan dossiervorming (interne werkinstructie)
Onderdeel van Beleidsregels adresonderzoek BRP