• - De raad benoemt de directeur van de rekenkamer. De benoeming van de directeur wordt voorbereid door het presidium.
  • - De directeur wordt benoemd voor een periode van zes jaar.
  • - De directeur kan voor maximaal drie keer voor een periode van zes jaar worden herbenoemd.
  • - Leden van de rekenkamer leggen, alvorens hun werkzaamheden aan te vangen, overeenkomstig het bepaalde in artikel 81g lid 1 van de Gemeentewet de eed of belofte af.
  • - De directeur wordt door de raad ontslagen:
    • - op eigen verzoek;
    • - bij de aanvaarding van een functie die onverenigbaar is met het lidmaatschap van de rekenkamer;
    • - wanneer hij bij onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak onder curatele is gesteld, in staat van faillissement is verklaard, surseance van betaling heeft verkregen of wegens schulden is gegijzeld;
    • - indien hij naar het oordeel van de raad ernstig nadeel toebrengt aan het in hem gestelde vertrouwen.
    • - wanneer hij door ziekte of gebreken, blijvend ongeschikt is zijn functie te vervullen.