Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 7.

Artikel 7.2

Onderhoudsscenario’s

Onderdeel van Beheerplan Wegen 2024-2028

We maken onderscheidt in klein onderhoud, groot onderhoud en rehabilitatie (vervanging). Klein onderhoud Dagelijks en klein onderhoud aan de elementenverharding wordt uitgevoerd door de aannemer van de raamovereenkomst onderhoud klein straatwerk. Deze werkzaamheden betreffen het herstraten van straatwerk tot circa 25 m2. De werkzaamheden worden uitgevoerd op basis van de klein onderhoudsinspecties en naar aanleiding van meldingen en eigen waarnemingen in de openbare ruimte. Groot onderhoud Het groot onderhoud aan elementenverhardingen is het uitvoeren van regulier onderhoud en herstellen van grotere oppervlakten verharding. Dit pakken we jaarlijks planmatig op. Het gaat hier over het herstraten of herstellen van oppervlakten groter dan 25 m2. Rehabilitatie (vervanging) Bij rehabilitatie vervangen we de volledige verhardingsopbouw en dit combineren we met riool-, groen en nutsvervangingen. Deze projecten zijn een uitkomst van de integrale samenwerking zowel binnen als buiten de organisatie. We combineren hierbij budgetten uit de verschillende beheerdisiplines (wegen, riool, groen, nuts, enz.). Na uitvoering is de verharding weer als nieuw. Bij rehabilitatie liggen de grootste kansen om een bijdrage te leveren aan de ambities uit onze omgevingsvisie. Er zijn naast de basisplanning twee onderhoudsscenario’s (budgetplanning) doorgerekend: basisplanning; budgetplanning met huidig budget; budgetplanning; theoretisch naar 0% onvoldoende in 2021 (zonder doorgeschoven onderhoud). 1.Basisplanning De resultaten van de basisplanning zijn te vinden in onderstaand tabel. Bij een basisplanning is het uitgangspunt dat er geen verhardingen bestaan die de richtlijn zijn gepasseerd. Er wordt daarbij nog geen rekening gehouden met een beschikbaar onderhoudsbudget. In het eerste jaar komt dan ook direct het achterstallig onderhoud in beeld. De planning zal in het eerste jaar al het achterstallig onderhoud willen uitvoeren. Daarnaast voeren we de rehabilitatieplanning (vervanging) volledig uit. Om te voorkomen dat het areaal niet te oud gaat raken. Deze planning is afgestemd met riolering en nutsbedrijven. In de huidige situatie betekent dit een benodigd budget van ongeveer € 2.800.000 in het eerste jaar. Hiermee wordt het achterstallig onderhoud weggewerkt. De gemeente Veere heeft in de periode 2024-2028 een bedrag nodig van € 8.542.125 om het onderhoud in het eerste jaar op niveau te brengen en in de daaropvolgende jaren op niveau te houden. Dat komt overeen met een benodigd bedrag van gemiddeld € 1.708.425 per jaar. Dit is inclusief klein onderhoud. 2. Budgetplanning met huidig budget Bij een budgetplanning worden onderhoudsmaatregelen gepland binnen het beschikbare budget. Zodra het budget van een bepaald jaar is uitgegeven, worden de maatregelen die nog open staan doorgeschoven naar het volgende jaar. Binnen dit budgettaire kader wordt voor zover mogelijk toegewerkt naar een verhardingsareaal dat voldoet aan de CROW richtlijn. Het jaarlijkse totaalbudget bedraagt in 2023 € 1.374.000. Het totale budget voor de periode 2024–2028 bedraagt circa € 6.870.000. Dat is € 1.672.125 minder dan het benodigde budget conform de basisplanning voor achterstallig-, regulier- en klein onderhoud inclusief het uitvoeren van de rehabilitatieplanning. Met het huidige budget kan de kwaliteit worden verbeterd van 13% onvoldoende in 2022 naar 10% onvoldoende in 2028. Dit houdt echter wel in naast de rehabilitatie een relatief klein deel beschikbaar is voor het wegwerken van achterstallig onderhoud. Een groot deel van het onderhoud wordt hiermee uitgesteld. Zo blijft na 2028 een bedrag van bijna 2 miljoen aan onderhoud openstaan dat kort na 2028 uitgevoerd moet worden om te voorkomen dat er nieuw achterstallig onderhoud ontstaat. Uiteindelijk is men hierdoor meer kwijt aan onderhoud dan in de basisplanning. Dit betreft kapitaalvernietiging en hogere onderhoudskosten door zwaardere maatregelen bij asfaltverharding en elementenverharding waar een groter oppervlak moet worden herstraat door het uitblijven van tijdig onderhoud. Een ander gevolg van het uitblijven van tijdig onderhoud, is dat de kosten voor klein onderhoud ook toe zullen nemen. Het uitstellen van onderhoud vergroot namelijk de kans op onvoorziene schades die gevaarlijke situaties kunnen veroorzaken en direct opgelost dienen te worden. 3. Budgetplanning 0% onvoldoende in 2028 (zonder doorschuiven onderhoud) Bij dit scenario wordt in de planning een budget opgevoerd dat minimaal nodig is om in de periode 2024-2028 alle onvoldoende kwaliteit weg te werken zonder regulier onderhoud door te schuiven naar de periode na 2028. Ook voeren we de rehabilitatieplanning volledig uit. Hiermee vernieuwen we oudere delen van het wegenareaal. De resultaten van deze planning zijn te vinden in de tabel. Met een jaarlijks budget van circa €1.709.000 (inclusief klein onderhoud en rehabilitatie) kan theoretisch alle onvoldoende kwaliteit worden weggewerkt en alle benodigde reguliere onderhoud in de periode 2024-2028 worden uitgevoerd. Dit is circa €335.000 meer dan het huidige beschikbare jaarlijkse budget. In de periode 2024-2028 wordt het budget besteed aan het wegwerken van achterstallig onderhoud en reguliere onderhoud (verhardingen die de richtlijn naderen maar nog niet onvoldoende zijn), zodat nieuw achterstallig onderhoud wordt voorkomen. In dit scenario wordt onderhoud op tijd uitgevoerd waardoor nieuwe achterstanden in mindere mate ontstaan. Voorwaarde bij deze planning is dat klein onderhoud ieder jaar wordt uitgevoerd.

Rechtspraak bij dit artikel