Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 8.

Artikel 8.1

Conclusies

Onderdeel van Beheerplan Wegen 2024-2028

Kwaliteit verhardingsareaal De algehele kwaliteit van het verhardingsareaal is in de periode 2017–2022 verbeterd van 25% naar 13% onvoldoende (kwaliteit C-D). Deze 13% bestaat voor het overgrote deel uit achterstallig onderhoud. Het is niet gelukt om de volledige 25% weg te werken in de afgelopen beheerperiode. De asfaltverharding is met 9% onvoldoende relatief goed. Het achterstallige onderhoud bevindt zich grotendeels bij de elementenverharding (17% onvoldoende). Doordat het grootste deel van het areaal uit elementenverharding bestaat, is dit van invloed op de algehele kwaliteit. De gemeente heeft veel aandacht voor het onderhoud van asfaltverhardingen dit zien we ook terug in de inspectieresultaten. De elementenverhardingen blijven nog achter. Een oorzaak kan zijn dat we steeds vaker groot onderhoud in de openbare ruimte integraal en gebiedsgericht aanpakken. Dit kan het gevolg zijn van een initiatief vanuit riolering of nutsbedrijven. Hierdoor blijft er minder budget over voor het herstellen van achterstallig onderhoud. Daarnaast is ongeveer 30% van het wegenareaal ouder dan 40 jaar. Dit is met klein onderhoud steeds moeilijker op niveau te houden. Aandacht voor rehabilitatie (vervanging) van het oudere areaal wordt hierdoor steeds belangrijker. Elementenverharding als aandachtspunt De onvoldoende kwaliteit onder de elementenverhardingen heeft voor een groot deel betrekking op ernstige oneffenheden van kleine omvang. Wat dat betreft is de situatie vergelijkbaar met 2016. Een groot deel van deze schades kan mogelijk ondervangen worden met klein en groot onderhoud. Doordat de gemeente toegankelijkheid belangrijk vindt, is de begaanbaarheid van trottoirs in toenemende mate van belang. Het relatief grote aantal oneffenheden in elementen-verhardingen vergroot het risico op ongevallen, zeker naarmate het aantal minder valide weggebruikers toeneemt. Budget en planning Het huidige budget is onvoldoende om de achterstanden weg te werken, om op lange termijn aan de CROW richtlijn te kunnen voldoen en gelijk de rehabilitatieplanning uit te voeren. Op korte termijn kunnen we achterstallig onderhoud deels wegwerken. Regulier wordt hiermee vooruitgeschoven. Na 2028 zullen deze verhardingen de richtlijn op korte termijn naderen of overschrijden, indien onderhoud uitblijft. Met het huidige budget zullen de uiteindelijke onderhoudskosten op lange termijn hoger zijn en zullen achterstanden blijven bestaan. Voor het wegwerken van alle achterstanden en gelijktijdig de rehabilitatieplanning uit te kunnen voeren is in de periode 2024-2028 jaarlijks € 335.000,- extra nodig bovenop het huidige budget.

Rechtspraak bij dit artikel