Het plan (‘mijn plan’) van de cliënt en het netwerk leidt mogelijk tot een rol voor een welzijns- of zorgorganisatie in de vorm van een algemene of maatwerkvoorziening (Wmo of Jeugdhulp). Deze beleidsregels zijn bedoeld ter ondersteuning van de bepaling of en welke voorziening nodig is. Hiertoe beschrijven we het afwegingsproces per leefgebied toegespitst op Wmo- en Jeugdhulpvoorzieningen voor zelfstandig wonende Nijmegenaren. Dit hoofdstuk is niet van toepassing op beschermd wonen Wmo (zie hoofdstuk 3).
In dit afwegingsproces komen steeds de elementen terug die conform artikel 5 lid 2 van de Verordening Wmo en Jeugdhulp gemeente Nijmegen 2023 in het gesprek onderzocht moeten worden:
Behoeften, persoonskenmerken en voorkeuren van de cliënt;
Gewenst resultaat;
, d) en e) (Ondersteuning van de) mantelzorger, sociaal netwerk, eigen kracht, gebruikelijke hulp of algemeen gebruikelijke voorzieningen;
Algemene voorzieningen: m.n. algemene voorzieningen Wmo 2015 en overige voorzieningen Jeugdwet, Zvw en Wlz;
Maatwerkvoorzieningen Wmo en individuele voorzieningen Jeugdwet; waar maatwerkvoorzieningen staat in deze beleidsregels, doelen we tevens op individuele voorzieningen in het kader van de Jeugdwet.
Ad c) Wat gebruikelijke hulp bij Hulp bij het Huishouden (HH) is, is te lezen in bijlage 1 van deze beleidsregels. Met het oog op het bieden van maatwerk kan altijd afgeweken worden van de toepassing van het Protocol Gebruikelijke hulp (bijlage 1 van deze beleidsregels)..
Ad d) Een complete lijst van voorzieningen die algemeen gebruikelijk zijn bestaat niet. Voorbeelden zijn:
Fiets met lage instap, ligfiets;
Spartamet/Tandem;
Rollator;
Elektrische fiets/tandem (al dan niet met lage instap) voor een persoon van 16 jaar en ouder;
Bakfiets, fietskar, aanhangfiets;
Personenauto en de gebruikskosten die daaraan verbonden zijn;
Autoaccessoires: airconditioning, stuurbekrachtiging, elektrisch bedienbare ruiten;
Trekhaak;
Eenhendelmengkranen;
Thermostatische kranen;
Keramische- of inductiekookplaat;
Verhoogd toilet of toiletverhoger;
Tweede toilet/sanibroyeur;
Standaard douchestoel;
Renovatie van badkamer en keuken*;
Antislipvloer/coating;
Wandbeugels;
Zonwering (inclusief elektrische bediening);
Ophogen tuin/bestrating bij verzakking;
* Bij de Wmo wordt ervan uit gegaan dat elke badkamer of keuken eens in de zoveel jaar vernieuwd wordt. Bij een aanvraag voor een woningaanpassing van een badkamer of keuken wordt rekening gehouden met de leeftijd van de badkamer of keuken. Hoe ouder een keuken of badkamer, hoe lager de bijdrage vanuit de Wmo 2015. Als de badkamer of keuken 20 jaar is of ouder, wordt deze geacht te zijn afgeschreven: op dat moment ligt renovatie voor de hand en hoeft geen vergoeding vanuit de Wmo plaats te vinden. Dit kan anders zijn op het moment dat de badkamer nog volledig functioneel is en het niet voor de hand ligt dat iemand zonder beperking de badkamer zal renoveren.
Onder algemeen gebruikelijke voorzieningen hoort ook algemeen gebruikelijk onderhoud. Dit zijn situaties waarbij de kosten voor onderhoud en reparatie als algemeen gebruikelijk kunnen worden beschouwd oftewel hetgeen naar in het maatschappelijk verkeer geldende opvattingen als gangbaar onderhoud of als een gangbare uitgave voor onderhoud wordt aangemerkt.
Ad f) Voorbeelden van algemene voorzieningen zijn:
Kinderopvang;
Consultatiebureau en jeugdverpleegkundigen/jeugdarts (GGD);
Welzijnswerk, zoals het activiteitenplein bij Brede Scholen en opvoedhulp zoals Homestart;
(School)maatschappelijk werk;
Boodschappendiensten supermarkten;
Glazenwasser;
Tuinonderhoud;
Commercieel sportaanbod;
Gemaksdiensten van de zorgverzekeraar;
Algemene voorzieningen Wmo
De ondersteuning via de Wmo 2015 wordt begrensd door de ondersteuning en zorg die kan worden geboden op grond van de Jeugdwet, de Zvw of de Wlz. Een persoon die qua leeftijd tot de doelgroep van de Jeugdwet behoort, kan geen beroep doen op de Wmo 2015. Uitgezonderd zijn voorzieningen die de wetgever expliciet onder de Wmo 2015 laat vallen, zoals woningaanpassingen en hulpmiddelen. Zorg die valt onder de Zvw, zoals wijkverpleging, wordt niet geleverd via de Wmo 2015. Een combinatie van zorg via de Zvw en ondersteuning via de Wmo 2015 is wel mogelijk.
Cliënten met een Wlz-indicatie hoeven niet per definitie intramurale zorg te krijgen. Ze kunnen ook een volledig pakket thuis (VPT), een modulair pakket thuis (MPT) of een pgb krijgen. De hulpmiddelen en woningaanpassingen voor mensen met een Wlz-indicatie (PGB, VPT en MPT) die nog thuis wonen vallen vooralsnog onder de Wmo 2015.
Afbakening Jeugdwet
Voor jeugdhulp geldt dat gemeenten geen voorzieningen hoeven te treffen als er aanspraak mogelijk is op de Wlz, de Beginselenwet Justitiële jeugdinrichtingen of een recht op zorg als bedoeld bij of krachtens de Zvw. Evenmin hoeft een voorziening jeugdhulp getroffen te worden als een aanspraak bestaat op een voorziening op grond van een andere wettelijke bepaling, met uitzondering van een maatwerkvoorziening op grond van de Wmo.
Indien meerdere oorzaken ten grondslag liggen aan de problematiek en daardoor zowel een vorm van zorg op grond van de Wlz en/of de Zvw als een soortgelijke voorziening op grond van de Jeugdwet kunnen worden verkregen, moet een voorziening op grond van de Jeugdwet getroffen worden.
Het college moet de jeugdhulp inzetten die de gecertificeerde instelling nodig acht bij de uitvoering van een kinderbeschermingsmaatregel of een machtiging uithuisplaatsing. Ook zet het college de jeugdhulp in die de rechter, het openbaar ministerie, de selectiefunctionaris, de inrichtingsarts of de directeur van de justitiële jeugdinrichting nodig achten bij de uitvoering van een strafrechtelijke beslissing of die de gecertificeerde instelling nodig acht bij de uitvoering van jeugdreclassering.
Wanneer het college gegronde redenen heeft om aan te nemen dat de cliënt een recht op zorg als bedoeld bij of krachtens de Wlz of een zorgverzekering als bedoeld in de Zvw heeft, dan wel weigert mee te werken aan het verkrijgen van een besluit dienaangaande, kan het college een voorziening weigeren.
Voor de overgang van 18- naar 18+ geldt dat:
de gemeente niet meer jeugdhulpplichtig is als de zorg vanaf 18 jaar op grond van een andere wet (Zvw, Wlz of Wmo) kan worden verleend;
de gemeente wél verantwoordelijk is voor het voortzetten van de jeugdhulp tot 23 jaar als het om een vorm van jeugdhulp gaat die voor meerderjarigen niet op grond van een andere wet kan worden voortgezet (met name jeugd- en opvoedhulp, niet zijnde jeugd-ggz of jeugd-LVG).
In bijlage 4 van deze beleidsregels staat een overzicht van de verdeling over de wetten wat betreft hulpmiddelen en fysieke voorzieningen voor alle leeftijden.
Inhoudelijke huiswerkbegeleiding wordt nooit vergoed vanuit de Jeugdwet: dit is de verantwoordelijkheid van ouders en school. Als begeleiding bij planning en structureren van huiswerk primair gericht is op het doorlopen van het onderwijsprogramma, valt de ondersteuning onder de zorgplicht van de Wet passend onderwijs en niet onder de Jeugdwet.
Sport
Deelname aan sport ter ontspanning is een reguliere sportactiviteit. Dit is geen jeugdhulp waarvoor een voorziening verstrekt wordt. Als begeleiding noodzakelijk is bij de sport (die de 'normale' begeleiding door een sportinstructeur overstijgt) zou deze begeleiding in sommige gevallen wel als jeugdhulp gezien kunnen worden.
Daarvoor is allereerst noodzakelijk dat het gaat om jeugdigen met opgroei-, opvoedings- en/of psychische problemen en stoornissen, waarvoor hulp en ondersteuning nodig is. De inzet van begeleiding tijdens de sport moet ten tweede passend zijn voor de jeugdige met matige of zware beperkingen om de zelfredzaamheid te bevorderen of behouden, ofwel maatschappelijk te kunnen participeren. Tot slot moet beoordeeld moet worden of deze vorm van recreatie (en dus de daarmee gepaard gaande begeleiding) echt noodzakelijk is om te participeren.
Wonen en zorg
In artikel 9a van de Verordening is een verbod opgenomen voor gemengde huur-/ondersteuningsovereenkomsten als verblijf géén onderdeel is van de indicatie. De cliënt wordt met dergelijke overeenkomsten in een afhankelijkheidsrelatie gebracht die niet in overeenstemming is met de wet. De cliënt zal immers moeten vrezen zijn huisvesting te verliezen als hij wisselt van aanbieder of derde (in geval van pgb), dan wel als hij partijen aanspreekt op bijvoorbeeld de kwaliteit van de ondersteuning. Het is een cliënt wel toegestaan om bij de aanbieder of derde (in geval van pgb) woonruimte te huren, mits dit in een zelfstandige huurovereenkomst geregeld wordt. Op die manier leidt het wegvallen of wijzigen van ondersteuning, niet automatisch tot het wegvallen van huisvesting. De cliënt is huurder en hij geniet huurbescherming.
Hoofdstuk 2
Artikel 2.1
Inleiding
Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Nijmegen 2024