In onderstaande onderdelen worden vragen en voorbeelden genoemd waar in ‘het gesprek’ aan gedacht kan worden (niet uitputtend). De leefgebieden en voorbeelden die worden genoemd kunnen worden beschouwd als een checklist. In alle gevallen is met name de invulling van b t/m e afhankelijk van de situatie en de uitkomst van ‘mijn plan’.
Onderstaande elf leefgebieden komen overeen met de leefgebieden van de Zelfredzaamheid-Matrix 2013, conform de volgorde van de leefgebieden van de landelijke Zelfredzaamheid-Matrix. In de Easycarevragenlijst van de buurtteams zijn hieraan nog twee leefgebieden toegevoegd. In het WIZ-portaal, het registratiesysteem van de buurtteams in Nijmegen, zijn deze leefgebieden eveneens opgenomen.
2.2.1 Financiën *1)
a) Behoeften, persoonskenmerken en voorkeuren van de cliënt
Samenstelling inkomen, beheer financiën, schulden, gebruik inkomensondersteuning (toeslagen, bijzondere bijstand, kwijtschelding gemeentelijke lasten), coaching bij het voorkomen van schulden (in het bijzonder bij jongeren en jongvolwassenen)?
b) Gewenst resultaat
Bijvoorbeeld: op orde brengen financiële administratie, inkomsten en uitgaven met elkaar in overeenstemming brengen, borging vaste lasten bij niet-regelbare schulden en stabiliseren schulden.
c) Eigen kracht, gebruikelijke hulp of algemeen gebruikelijke voorzieningen
Bijvoorbeeld: deelname van de cliënt aan een cursus budgetbeheer.
d) Rol mantelzorger(s) en sociaal netwerk
Bijvoorbeeld: overname administratie door familielid, eventueel budgetbeheer, bewindvoering of onder curatelestelling door familielid of vriend.
e) Mantelzorgondersteuning
Bijvoorbeeld: ontlasting mantelzorger door overname administratie door ander familielid of vrijwilligersorganisatie.
f) Algemene voorzieningen
Bijvoorbeeld:
vrijwilligersorganisatie voor thuisadministratie (zoals thuisadministratie Humanitas, Fibon, Schuldhulpmaatje Diaconie)
Formulierenbrigade en Papierwinkel bij het Bindkracht 10 (o.a. voorzieningencheck inkomensondersteunende maatregelen)
budgetbeheer en –coaching bij F!X (samenwerking het Bindkracht 10 en Bureau Schuldhulpverlening)
stabilisatietrajecten schuldhulpverlening (werkcorporatie Maatschappelijke dienstverlening bij het Bindkracht 10)
Sociaal Raadslieden bij complexe financieel-juridische situaties
doorbetaling vaste lasten (bij uitkeringsgerechtigden)
schuldsanering (via bureau Schuldhulpverlening van gemeente Nijmegen) en bewindvoering.
In Nijmegen is in aansluiting op de Stips een regiefunctie instroom/toeleiding schuldhulpverlening (financieel experts) ingericht om met de genoemde algemene voorzieningen hulpvraag en aanbod goed af te stemmen.
g) Maatwerkvoorziening
Een maatwerkvoorziening kan nodig zijn als algemeen gebruikelijke of algemene voorzieningen (nog) onvoldoende zijn toegesneden op jongeren en volwassenen met een verstandelijke en/of psychiatrische, psychogeriatrische of zintuiglijke beperking. Professionele begeleiding kan dan (individueel of in groepsverband) (tijdelijk) nodig zijn om te zorgen dat mensen met deze beperking(en) samen met hun netwerk zelfstandig de financiën kunnen beheren, bij voorkeur in combinatie met algemene/algemene voorzieningen middels expertiseoverdracht van gespecialiseerde zorgaanbieders naar algemene voorzieningen. Na afloop van dit ‘leertraject’ wordt eventueel waakvlambegeleiding ingezet om vinger aan de pols te houden.
*1) Voor de punten a) t/m f) geldt dat ze in principe aan bod komen in een gesprek(ken), maar niet altijd in de gestelde volgorde. Volgens de Sonestra- methode volgt de werker het verhaal van de cliënt, opdat de regie meer bij de ander blijft.
2.2.2 Dagbesteding
a) Behoeften, persoonskenmerken en voorkeuren van de cliënt
Hoe verloopt een doorsnee dag? Vorm van dagbesteding (vrijwilligerswerk, hobby’s, opleiding, dagbesteding, begeleid/beschut werk, re-integratietraject, tijdelijk werk, betaald werk) of geen dagbesteding? Tevreden met dagprogramma? Welke opleiding voorheen? Gaan de kinderen naar school/kinderopvang/peuterspeelzaal en wat is de vrijetijdsbesteding van kinderen na school ?
b) Gewenst resultaat
Bijvoorbeeld: wensen voor deelname aan georganiseerde activiteiten, als vrijwilliger werken en/of toeleiding naar dagbesteding/begeleid werk door het regionale Werkbedrijf.
c) Eigen kracht, gebruikelijke hulp of algemeen gebruikelijke voorzieningen
Bijvoorbeeld: de cliënt meldt zich (zelfstandig) aan als vrijwilliger.
d) Rol mantelzorger(s) en sociaal netwerk
Bijvoorbeeld: familie/vrienden nemen cliënt mee naar een vereniging of buurtactiviteit.
e) Mantelzorgondersteuning
Bijvoorbeeld: om mantelzorger(s) te ontlasten kan de cliënt worden aangemeld voor ontwikkelingsgerichte of arbeidsmatige dagbesteding (maatwerkvoorziening) of basis dagbesteding voor ouderen (algemene voorziening) en bij kinderen met een beperking bij dagbesteding voor kinderen, bij voorkeur in combinatie met passende kinderopvang.
f) Algemene voorzieningen
Bijvoorbeeld: betaald werk, re-integratietraject, vrijwilligerswerk, dagbesteding voor ouderen, deelname aan algemene voorzieningen (zoals cursusaanbod of hobbycentra, zie www.wegwijzer024.nl), applicaties die mensen ondersteunen bij het structureren van dagindeling. Voor kinderen: activiteitenpleinen bij Brede Scholen, kinderopvang, sportverenigingen, etc..
g) Maatwerkvoorziening
Als er voor een cliënt in aanvulling op de deelname aan diverse activiteiten (vrijwilligerswerk, deelname aan buurtactiviteiten of verenigingen, etc.) gestructureerde dagbesteding nodig is, al dan niet ter ontlasting van mantelzorger(s), kan een maatwerkvoorziening voor ontwikkelingsgerichte of arbeidsmatige dagbesteding worden ingezet. Dit zal met name nodig zijn voor mensen met een psychiatrische, verstandelijke, psychogeriatrische of ernstige fysieke beperking voor wie programmatische (vast dag- of weekprogramma volgens bepaalde methodiek met een welomschreven doel) dagbesteding noodzakelijk is voor het behoud of de verbetering van vaardigheden. Ter ontlasting van mantelzorgers ’s nachts is via de Wmo 2015 en de Jeugdwet kortdurend verblijf met overnachting mogelijk.
Van dagbesteding bestaan 2 vormen: ontwikkelingsgerichte dagbesteding enerzijds (regulier, extra, specialistisch, zie het bouwstenenoverzicht in de financiële bijlage van de verordening) en arbeidsmatige dagbesteding anderzijds. Voor ontwikkelingsgerichte dagbesteding stelt het buurt- of regieteam het onderzoeksverslag op ten behoeve van de gemeentelijke backoffice. Voor arbeidsmatige dagbesteding meldt het buurt- of regieteam cliënten aan bij het Werkbedrijf Rijk van Nijmegen (WBRN).
Voor kinderen tot 4 jaar en kinderen met ernstige meervoudige beperkingen zijn verschillende vormen van dagbesteding en dagbehandeling mogelijk. Bij kinderen met beperkingen die naar school gaan, is soms naschoolse dagbesteding of dagbehandeling gewenst, waarover we in de contracten met aanbieders met het oog op inclusie hebben afgesproken deze ondersteuningsvormen zoveel mogelijk te combineren met reguliere (naschoolse) kinderopvang (passende opvang).
2.2.3 Huisvesting
a) Behoeften, persoonskenmerken en voorkeuren van de cliënt
Type woning, tevredenheid met woning, aanpassingen gewenst, veiligheid in de woning en de wijk, onderhoud, hulp (nodig) bij zelfstandig wonen of bij het zoeken naar huisvesting/kamer voor jongere, contact met de buren, betaalbaarheid woning.
b) Gewenst resultaat
Bijvoorbeeld: cliënt kan zelfstandig en naar tevredenheid blijven wonen in de woning; cliënt voelt zich veilig in en om de woning.
c) Eigen kracht, gebruikelijke hulp of algemeen gebruikelijke voorzieningen
Zie lijst algemeen gebruikelijke voorzieningen in par. 2.1.
d) Rol mantelzorger(s) en sociaal netwerk
Bijvoorbeeld: eenvoudige goedkope woonaanpassingen, zoals muurbeugels, kunnen met hulp van familieleden, vrienden of buren worden aangebracht.
e) Mantelzorgondersteuning
Bijvoorbeeld: geven van informatie over de diverse mogelijkheden om prettig zelfstandig te wonen.
f) Algemene voorzieningen
Mocht er niemand in het netwerk zijn die eenvoudige woonaanpassingen kan uitvoeren, is het mogelijk om een beroep te doen op een klussendienst (zoals de Klus Service van Sterker). Daarnaast zijn er diverse algemene voorzieningen gericht op zelfstandig en veilig wonen (zoals personenalarmering van Sterker en de diensten van 123 Comfort van ZZG Zorggroep).
g) Maatwerkvoorziening
Bij de toekenning van een maatwerkvoorziening voor woonaanpassingen of woonvoorzieningen dienen de volgende punten meegenomen te worden in de afweging:
1) De mogelijkheid om te verhuizen
Voor woonaanpassingen boven een bedrag van € 8.000,- wordt bekeken of een verhuizing een meer adequate oplossing voor het probleem kan zijn. Als een verhuizing geen reële mogelijkheid is, kan een maatwerkvoorziening verstrekt worden. Bij de mogelijkheid van verhuizing moet in ieder geval beoordeeld worden:
a) de aanwezigheid van aangepaste of eenvoudig aan te passen woningen binnen de gemeente Nijmegen;
b) kostenvergelijking;
c) de snelheid waarmee het woonprobleem opgelost kan worden;
d) sociale omstandigheden;
e) integrale afweging verschillende Wmo-voorzieningen: wonen, vervoer, rolstoelen;
f) de woonlastenconsequenties.
2) Elementaire woonfuncties
Het normaal gebruik kunnen maken van de woning is waar de cliënt zijn hoofdverblijf heeft of zal hebben. Dit geldt ten aanzien van de woonruimtes die de cliënt daadwerkelijk in gebruik heeft of gaat nemen. Een verder strekkende behoefte dient door de cliënt te worden aangetoond.
3) Logeerbaar maken woonruimte
Met behulp van een eenmalige tegemoetkoming voor meerkosten kan alleen een woonvoorziening getroffen worden voor het logeerbaar maken van één woonruimte indien (geldt ook voor 18-):
a. de cliënt in een Wlz-instelling in de gemeente Nijmegen woont;
b. de woning die logeerbaar gemaakt wordt in de gemeente Nijmegen ligt, indien de aanvrager zijn hoofdverblijf heeft in een Wlz-instelling.
4) Voorzienbaarheid
Een woonaanpassing of woonvoorziening kan worden geweigerd als de cliënt voor het eerst verhuist naar een zelfstandige woonruimte. Daarbij moet altijd éérst naar de concrete omstandigheden van de cliënt worden gekeken.
5) Mantelzorgwoning
Als sprake is van een aanvraag van een mantelzorgwoning gaat het college daarbij uit van de eigen verantwoordelijkheid voor het hebben van een woning. Dit kan door zelf een woning te bouwen of te huren en te plaatsen op het terrein nabij de woning van de mantelzorger(s). Daarbij is uitgangspunt dat de huisvestingslasten (voor huur of hypotheek, energie, etc.) die de verzorgde(n) had(den) vóór de verhuizing naar de mantelzorgwoning, besteed kunnen worden aan de kosten voor de mantelzorgwoning.
2.2.4 Huiselijke relaties
a) Behoeften, persoonskenmerken en voorkeuren van de cliënt
Samenstelling gezin, verdeling van taken, onderlinge relatie, eventuele kinderwens, opvoeding en ontwikkeling kinderen, school van de kinderen en ontwikkeling daar, seksualiteit, eerder hulp betrokken geweest bij huishouden of gezin, is er sprake van huiselijk geweld, verwaarlozing, seksueel misbruik of ouderenmishandeling?
b) Gewenst resultaat
Bijvoorbeeld: verbetering van de huiselijke sfeer, onderlinge huiselijke relaties en het opvoedklimaat.
c) Eigen kracht, gebruikelijke hulp of algemeen gebruikelijke voorzieningen
Bijvoorbeeld: vaardigheden meegeven om onderling binnen het gezin problemen en vragen beter bespreekbaar te maken.
d) Rol mantelzorger(s) en sociaal netwerk
Bijvoorbeeld: mantelzorger(s) en netwerkleden kunnen een rol hebben bij het aanleren van nieuwe (opvoed)vaardigheden.
e) Mantelzorgondersteuning
Bijvoorbeeld: mantelzorger(s) kunnen ontlast worden door meer mensen uit het netwerk te betrekken bij de situatie (zie d).
f) Algemene voorzieningen
Bijvoorbeeld: kortdurende ondersteuning van het buurtteam, inschakeling maatschappelijk werk en opvoedondersteuning van de GGD en/of consultatiebureau.
g) Maatwerkvoorziening
Begeleiding bij de verbetering van onderlinge relaties of van het opvoedklimaat kan onderdeel zijn van een individueel begeleidingstraject als specifieke expertise van een beperking noodzakelijk is, in samenwerking met/aanvullend op algemene voorzieningen.
2.2.5 Geestelijke gezondheid
a) Behoeften, persoonskenmerken en voorkeuren van de cliënt
De mate van (recente) stressvolle gebeurtenissen, stresshantering, slaapritme (van de evt. kinderen), het psychisch welbevinden (bijvoorbeeld gelukkig, angstig, somber, ongeïnteresseerd), het karakter, zelfvertrouwen, problemen met denken, het geheugen, de weg vinden, bediening van apparaten.
b) Gewenst resultaat
Bijvoorbeeld: vermindering van de ervaren stress, verbetering van het slaapritme, vermindering angst waardoor kind weer naar school gaat, etc..
c) Eigen kracht, gebruikelijke hulp of algemeen gebruikelijke voorzieningen
Bijvoorbeeld: de cliënt past vaardigheden en tips toe om de psychische gesteldheid te verbeteren met behulp van familie en vrienden.
d) Rol mantelzorger(s) en sociaal netwerk
Bijvoorbeeld: familie en vrienden stimuleren de cliënt om vaardigheden en tips toe te passen, toetsing draaglast bij overige gezinsleden.
e) Mantelzorgondersteuning
Bijvoorbeeld: kennisoverdracht over ggz-problematiek, lotgenotencontact, meer mensen uit het netwerk te betrekken bij de situatie.
f) Algemene voorzieningen
Algemene voorzieningen in dit verband betreffen vrijwilligersorganisaties (luisterend oor, o.a. telefonische hulpdienst Sensoor (Luisterlijn), COiL, maatjesprojecten) kortdurende ondersteuning van het buurtteam en maatschappelijk werk en specifiek voor kinderen opvoedhulp (via bijv. Sterker, jeugdgezondheidszorg van de GGD of Indigo) en Integrale Vroeghulp bij kinderen. Daarnaast is behandeling zoals (peuter/kinder-)revalidatie en fysio- of ergotherapie (kinderen en volwassenen), behandeling door een psychiater of psycho-educatie (alleen bij volwassenen) via de Zvw in principe voorliggend als verbetering van het functioneren mogelijk is.
g) Maatwerkvoorziening
Begeleiding bij de verbetering van onderlinge relaties of van het opvoedklimaat kan onderdeel zijn van een individueel begeleidingstraject als specifieke expertise van een beperking noodzakelijk is. Het kan zinvol zijn om begeleiding te combineren tijdens een behandeltraject om de vaardigheden in de praktijk te oefenen middels nauwe samenwerking tussen behandelaar en begeleider.
2.2.6. Lichamelijke gezondheid
a) Behoeften, persoonskenmerken en voorkeuren van de cliënt
Lichamelijke aandoening (lichamelijke beperking, chronische ziekte) en behandeling daarvoor, zelfredzaamheid, medicijngebruik, leefstijl (beweging, roken, alcoholgebruik), conditie, gewicht, pijn, incontinentie.
b) Gewenst resultaat
Bijvoorbeeld: cliënt voelt zich beter en/of ervaart minder pijn, de gezondheid verbetert of cliënt heeft een gezondere leefstijl.
c) Eigen kracht, gebruikelijke hulp of algemeen gebruikelijke voorzieningen
Bijvoorbeeld: cliënt neemt zelf initiatief om lid te worden van een sportvereniging.
d) Rol mantelzorger(s) en sociaal netwerk
Bijvoorbeeld: cliënt gaat samen met vrienden een keer in de week wandelen en/of de partner houdt in de gaten of de medicijnen worden in genomen. Bij kinderen dragen de ouders in beginsel verantwoordelijkheid voor de dagelijkse zorg. Wanneer ouders overbelast (dreigen te) raken als gevolg van beperkingen, kunnen zij jeugdhulp ontvangen ter ontlasting van de zorg.
e) Mantelzorgondersteuning
Zie paragraaf 2.2.8.
f) Algemene voorzieningen
Afstemming eventuele acties met behandeling door huisarts of betrokken specialisten.
Vrijwilligersorganisatie of wijkactiviteiten: via de Hulpdienst een beweegmaatje koppelen aan de cliënt (wandelen met een vrijwilliger), lid worden van een sportvoorziening, aansluiten bij een wandelgroep in de wijk, opstarten wandelgroep in de wijk, jeugdgezondheidszorg (GGD), cursussen Indigo en Integrale Vroeghulp (MEE), aanmelding cursus ‘stoppen met roken’ (via huisarts, Zvw). Via de Zvw (indicatie door wijkverpleegkundige of huisarts) is (peuter/kinder-)revalidatie en fysio- of ergotherapie en inzet van verpleging en verzorging thuis mogelijk voor mensen (18+) met (risico op) behoefte aan geneeskundige zorg.
g) Maatwerkvoorziening Indien sprake is van een maatwerkvoorziening voor een begeleidingstraject of voor dagbesteding, dan dient in deze trajecten rekening gehouden te worden met de lichamelijke aandoening en aandacht te zijn voor bevordering van een gezonde leefstijl. Persoonlijke verzorging voor mensen met een verstandelijke, zintuiglijke en/of psychiatrische beperking (geen behoefte aan geneeskundige zorg) valt onder de Wmo en hiervoor kan een Wmo-maatwerkvoorziening worden aangevraagd.
Voor persoonlijke verzorging aan jeugdigen geldt dat:
Persoonlijke verzorging die gericht is op het versterken van de zelfredzaamheid van de jeugdige valt onder de Jeugdwet.
Persoonlijke verzorging voor jeugdigen die verband houdt met de behoefte aan geneeskundige zorg of een hoog risico daarop valt vanaf 2018 onder de Zvw.
2.2.7. Verslaving
a) Behoeften, persoonskenmerken en voorkeuren van de cliënt
Tabakgebruik, alcoholgebruik, druggebruik (hard- en/of softdrugs), gebruik verslavende medicijnen (zoals slaapmiddelen, pijnstillers), seks-, gok- of gameverslaving.
b) Gewenst resultaat
Beëindiging of beheersing verslaving.
c) Eigen kracht, gebruikelijke hulp of algemeen gebruikelijke voorzieningen
Bij matige verslaving is het afhankelijk van de situatie mogelijk om op eigen kracht de verslaving te beëindigen, al dan niet met behulp van lichte professionele (digitale) ondersteuning en het sociaal netwerk.
d) Rol mantelzorger(s) en sociaal netwerk
Zie c) van deze paragraaf.
e) Mantelzorgondersteuning
Bij ernstige verslaving is expliciet aandacht nodig voor ondersteuning van het sociaal netwerk.
f) Algemene voorzieningen
Behandeling van de verslaving valt bij volwassenen onder de Zvw (voor jongeren valt behandeling van de verslaving onder de Jeugdwet, zie g).
Afhankelijk van de problemen die voortvloeien uit de verslaving kunnen de algemene voorzieningen van toepassing zijn die zijn genoemd bij de andere leefgebieden, met name de leefgebieden financiën en dagbesteding.
Verslavingspreventie-activiteiten via GGD, IrisZorg, jongerenwerk en op scholen.
g) Maatwerkvoorziening
Afhankelijk van de ernst van de verslaving en de daaruit voortkomende problematiek kan individuele begeleiding of dagbesteding deel uitmaken van het afgesproken plan.
Voor jongeren tot 18 jaar is behandeling van de verslaving (detoxing) mogelijk binnen de Jeugdwet in een Verslavingskliniek in Tiel van Iriszorg.
2.2.8 Activiteiten dagelijks leven
a) Behoeften, persoonskenmerken en voorkeuren van de cliënt
Zelfstandig aankleden, wassen/douchen, naar het toilet gaan, verzorging van tanden/huid/nagels, eten, drinken, hulpmiddelen (prothese, steunkousen, etc.) aanbrengen, zelfstandig eten bereiden, boodschappen doen, de was en klussen in/rond huis, licht of zwaar huishoudelijk werk (schoonmaken o.a.), het huishouden organiseren en de tuin onderhouden.
b) Gewenst resultaat
(Langer) zelfstandig functioneren en (blijven) wonen.
c) Eigen kracht, gebruikelijke hulp of algemeen gebruikelijke voorzieningen
Bijvoorbeeld: bepalen wat mensen zelf kunnen (hulpmiddel om steunkousen aan te trekken aanschaffen). Als mensen voorheen op eigen kosten iemand inhuurden voor het verrichten van huishoudelijke taken en er geen inkomenswijziging of aantoonbare meerkosten ontstaan in relatie tot de beperking, is geen compensatie nodig.
Voor gebruikelijke hulp van huisgenoten in het huishouden zie bijlage 1 Protocol Gebruikelijke hulp voor Hulp bij het Huishouden.
d) Rol mantelzorger(s) en sociaal netwerk
Mantelzorger(s) en mensen uit het netwerk geven zelf aan wat ze naast de gebruikelijke hulp kunnen en willen betekenen in het huishouden (bijvoorbeeld boodschappen doen), rondom huis, het brengen en/of halen van kinderen bij opvang of wat betreft de zorg voor de cliënt. Wanneer ouders overbelast (dreigen te) raken als gevolg van beperkingen, kunnen zij Jeugdhulp of Wmo-ondersteuning ontvangen ter ontlasting van de zorg, zie h) van deze paragraaf.
e) Mantelzorgondersteuning
Bijvoorbeeld: behoefte aan ondersteuning en/of ontlasting door de inzet van respijtzorg (zoals dagbesteding) of gedeeltelijke vervanging van de mantelzorg door professionele hulp (zoals verzorging via de Zvw). Specifiek ter ontlasting van mantelzorgers is het mogelijk om gebruik te maken van de Toelage Hulp bij het Huishouden (HHT), zie bijlage 3.
f) Algemene voorzieningen
Bijvoorbeeld: technische hulpmiddelen (o.a. wasdroger of afwasmachine), boodschappenbezorgdienst (supermarkt, vrijwilligersorganisaties), kant-en-klaarmaaltijden, maaltijdservice, klusservice, boodschappenhulp van Swon of de Hulpdienst en kinderopvang (in relatie tot verzorging van kinderen/Hulp bij het Huishouden 2).
Persoonlijke verzorging en verpleging zijn sinds 2015 grotendeels onderdeel van de Zvw. Dit wordt geïndiceerd door de wijkverpleegkundige of de huisarts, waarmee afgestemd wordt. Verpleging en verzorging thuis (wijkverpleging) voor volwassenen (18+) met (risico op) behoefte aan geneeskundige zorg valt onder de Zvw.
g) Maatwerkvoorziening
- Persoonlijke verzorging voor mensen met een verstandelijke, zintuiglijke en/of psychiatrische beperking (geen behoefte aan geneeskundige zorg) valt onder de Wmo. Hiervoor kan een Wmo-maatwerkvoorziening worden aangevraagd.
Voor persoonlijke verzorging aan jeugdigen geldt dat:
persoonlijke verzorging die gericht is op het versterken van de zelfredzaamheid van de jeugdige onder de Jeugdwet valt;
persoonlijke verzorging voor jeugdigen die verband houdt met de behoefte aan geneeskundige zorg of een hoog risico daarop sinds 2018 onder de Zvw valt.
- Hulp bij het Huishouden (HH)
Voor de resterende taken kan via de Wmo HH1 (licht en zwaar huishoudelijk werk, maaltijdvoorziening, wassen en strijken) of HH2 (HH1 + regie op het huishouden en verzorging van kinderen) worden aangevraagd. De Wmo-consulent bepaalt tijdens ‘het gesprek’ of de inzet van de maatwerkvoorziening noodzakelijk is en of dit dan gaat om HH1 of HH2. De cliënt wordt vervolgens ‘een schoon en leefbaar huis’ toegekend. De Wmo-consulent bepaalt aan de hand van de normering in bijlage 2 van deze beleidsregels de samenstelling van de hulp, de werkzaamheden, de frequentie en de omvang in minuten.
Voor zover op dit leefgebied maatwerkvoorzieningen in de vorm van woningaanpassingen worden verstrekt geldt dat aanpassingen slechts worden verricht in de woning waar de cliënt zijn hoofdverblijf heeft of zal hebben. Dit geldt ten aanzien van de woonruimtes die de cliënt daadwerkelijk in gebruik heeft of gaat nemen voor de elementaire woonfuncties. Een verder strekkende behoefte dient door de cliënt te worden aangetoond. Voor woonvoorzieningen en -aanpassingen zie verder paragraaf 2.2.3.
2.2.9 Sociaal netwerk
a) Behoeften, persoonskenmerken en voorkeuren van de cliënt
Samenstelling sociale netwerk, tevredenheid over het sociale netwerk, betekenis van het netwerk voor de cliënt (praktische hulp, emotionele steun, etc.) en vice versa, eenzaamheidsgevoelens (nooit, soms, vaak), behoefte aan meer contact met mensen (van eigen of een andere cultuur, levensbeschouwing/godsdienst), LHBTIQ+ gemeenschap, netwerk van mensen met een beperking. Bij kinderen: contact met de ouders en de rest van de familie, vriendschappen, spelen met andere kinderen, vertrouwenspersonen.
b) Gewenst resultaat
Bijvoorbeeld: voldoende steun van familie en vrienden, geen/weinig contact met 'foute' vrienden.
c) Eigen kracht, gebruikelijke hulp of algemeen gebruikelijke voorzieningen
Onderzoeken in hoeverre het gewenst is dat de cliënt ondersteund wordt bij het versterken of uitbreiden van het sociale netwerk.
d) Rol mantelzorger(s) en sociaal netwerk
Bij alle andere leefgebieden komt aan de orde hoe het sociale netwerk is samengesteld, hoe de relaties zijn, wat men van elkaar verwacht en zou wensen, wat mantelzorger(s) en andere mensen uit het sociale netwerk willen en kunnen betekenen voor de cliënt. Daarnaast ook de betekenis van de cliënt voor het sociale netwerk.
e) Mantelzorgondersteuning
Bij alle leefgebieden is het van belang om oog te hebben voor eventuele overbelasting van mantelzorger(s) en te bezien in hoeverre het mogelijk is om de ondersteuning met meer mensen uit het sociale netwerk te delen.
f) Algemene voorzieningen
Diverse methodes om het sociale netwerk te vergroten (zoals Brugproject Humanitas, Cirkelmethode Hulpdienst, Informele netwerkondersteuning MEE en Gewoon meedoen van Bindkracht/MEE) en diverse maatjesprojecten bij welzijns- en zorgorganisaties zijn beschikbaar. Voor kinderen betekent dit in contact komen met andere kinderen via maatjesprojecten, wijkactiviteiten, sportverenigingen, muziekverenigingen, dansactiviteiten, scouting, activiteitenpleinen van Brede Scholen (zie www.wegwijzer024.nl). Daarnaast bieden veel scholen sociale vaardigheids- en weerbaarheidstrainingen aan.
g) Maatwerkvoorziening
Onderdeel van een Wmo-begeleidingstraject kan zijn het versterken of uitbreiden van het sociale netwerk als daarbij specifieke expertise nodig is van een beperking.
Jeugdhulpvoorzieningen zijn mogelijk bij isolement in de vorm van sociale vaardigheidstrainingen ( in combinatie met) therapie voor de aanpak van sociale angst of trainingen in groepen op (speciaal) onderwijs, weerbaarheidstrainingen e.d. van jeugd- en opvoedhulpen jeugd-ggz.
2.2.10 Maatschappelijke participatie
a) Behoeften, persoonskenmerken en voorkeuren van de cliënt
Deelnemen aan een maatschappelijke groep (zoals kerk- of adviesraad), doen van vrijwilligerswerk, deelname aan georganiseerde activiteiten (sport, hobby, cursus, etc.), kennis van en betrokkenheid bij voorzieningen/activiteiten in de wijk.
b) Gewenst resultaat
Vergroting van maatschappelijke participatie naar behoefte van de cliënt.
c) Eigen kracht, gebruikelijke hulp of algemeen gebruikelijke voorzieningen
Bijvoorbeeld: met beperkte aansporing initiatief nemen om activiteiten te ondernemen, lid worden van een vereniging, als jongere vrijwilligerswerk gaan doen, etc..
d) Rol mantelzorger(s) en sociaal netwerk
Bijvoorbeeld: (tijdelijke) begeleiding door mantelzorger(s) of anderen uit het netwerk bij de (eerste stappen richting) deelname aan activiteiten.
e) Mantelzorgondersteuning
Uitbreiding van de maatschappelijke participatie kan mantelzorger(s) ontlasten.
f) Algemene voorzieningen
Een breed aanbod van vrijetijdsbesteding is beschikbaar: van sportverenigingen, scouting, fitnesscentra, hobbycentra, cursussen (zoals dat van Sterker en de Lindenberg), activiteiten van ouderenbonden, amateurkunst (theater- en muziekverenigingen, koren) tot buurtactiviteiten, Trias en het GVO (zie www.wegwijzer024.nl).
g) Maatwerkvoorziening
In principe kan het buurtteam toeleiden naar de algemene voorzieningen, maar soms kan (tijdelijk) een begeleidingstraject nodig zijn om de deelname aan algemene voorzieningen te begeleiden en expertise over te dragen aan de organisatie van de algemene voorziening.
Specifiek voor sportdeelname is het mogelijk om eenmalige tegemoetkoming voor meerkosten te ontvangen voor een sportvoorziening voor recreatief sportgebruik.
Ondersteuning vindt slechts plaats waar het een aanvaardbare mate van participatie in de directe woon- en leefomgeving betreft. Hiervoor wordt de grens van 25 kilometer gehanteerd.
Beperkingen in de zelfredzaamheid of participatie op vakantie. Denk bijvoorbeeld aan begeleiding van kinderen, jongeren of volwassenen met een autistische beperking of hulp bij algemeen dagelijkse levensverrichtingen (ADL), zoals wassen, aan-/uitkleden en eten/drinken (verzorging) (met name bij kinderen, bij volwassenen komt verzorging in de meeste gevallen uit de Zvw).
Ook hier is maatwerk de oplossing met de volgende aandachtspunten:
In principe worden alleen de (extra) begeleiding en/of verzorging vergoed uit de Wmo of Jeugdwet, niet de vakantiekosten zelf. Een indicatie voor de vraag of extra begeleiding/verzorging op vakantie nodig is, is of mensen thuis ook professionele begeleiding of verzorging hebben. In dat geval kunnen ze de begeleiding/verzorging ‘meenemen’ op vakantie, via PGB (afsluiten van zorgovereenkomst met de vakantieorganisatie) of bij Zorg in Natura via onderaannemerschap (de vakantieorganisatie regelt dan e.e.a. met de zorgorganisatie die de begeleiding/verzorging thuis biedt). Extra indicatie voor vakantie is dan niet nodig.
Als de vakantie is bedoeld om ouders/gezinnen/mantelzorgers te ontlasten, is er sprake van respijtzorg. De vakantie kan dan onder de noemer ‘kortdurend verblijf’ toegekend worden, mits de begeleiding/verzorging niet ‘meegenomen’ kan worden (punt 1).
Kijk in alle gevallen (ook in het geval van respijtzorg) of voorliggende voorzieningen van toepassing kunnen zijn (zoals de Speelweek van het Gespecialiseerd Vormings- en Ontspanningswerk (GVO), een vrijwilligersorganisatie die vrijetijdsbesteding organiseert voor mensen met een verstandelijke beperking).
In alle gevallen moet de vakantie (ook) bijdragen aan de doelen uit het begeleidingsplan die gericht zijn op vergroting van de zelf- en samenredzaamheid en participatie.
Zie voor een overzicht met mogelijkheden voor vakanties voor kinderen en volwassenen met een beperking de blauwe gids: http://www.deblauwegids.nl/
2.2.11 Justitie
a) Behoeften, persoonskenmerken en voorkeuren van de cliënt
Aanraking met politie, justitie, jeugdreclassering, Bureau Halt, leerplicht (regelmatig/maandelijks, incidenteel/eens per jaar of zelfden tot nooit).
b) Gewenst resultaat
Bijvoorbeeld: voorkomen van recidive.
c) Eigen kracht, gebruikelijke hulp of algemeen gebruikelijke voorzieningen
Zie andere leefgebieden, is afhankelijk van de situatie.
d) Rol mantelzorger(s) en sociaal netwerk
Zie andere leefgebieden, is afhankelijk van de situatie.
e) Mantelzorgondersteuning
Zie andere leefgebieden, is afhankelijk van de situatie.
f)en g) Algemene of algemene voorzieningen
Zie andere leefgebieden, is afhankelijk van de situatie.
h) Maatwerkvoorziening
Met het oog op de re-integratie in de samenleving en in het kader van het nazorgtraject van gedetineerden kan een begeleidingstraject nodig zijn. Op het onderscheid tussen Wmo 2015 en de forensische zorg (geestelijke gezondheidszorg, verslavingszorg of VG-zorg die verleend wordt in een strafrechtelijk kader) is het volgende van toepassing:
de indicatie van een cliënt die al een Wmo-indicatie heeft, blijft van kracht als deze cliënt forensische zorg opgelegd krijgt;
het college indiceert niet voor Wmo-ondersteuning bij wie forensische zorg is opgelegd en die tijdens de tenuitvoerlegging van de forensische zorg een aanvraag doet voor Wmo-ondersteuning. De forensische zorg voorziet in de zorgbehoefte.
Bij een jeugdreclasseringmaatregel kan ook jeugdhulp (bijvoorbeeld jeugd-ggz) worden ingezet. In een aantal gevallen vloeit de jeugdhulp direct voort uit de strafrechtelijke beslissing. Ook kan de gecertificeerde instelling bepalen dat (aanvullende) jeugdhulp nodig is. De gemeente en de gecertificeerde instelling hebben hierover overleg, zoals vastgelegd is in de contractafspraken met de GI, voorvloeiend uit de bovenregionale afspraken van de Gelderse Verbeteragenda (www.gjvb.nl).
2.2.12 Verplaatsen en vervoer
a) Behoeften, persoonskenmerken en voorkeuren van de cliënt
Zelfstandig verplaatsen binnenshuis: in/uit bed komen, opstaan uit stoel, lopen, traplopen, in/uit huis gaan, frequentie vallen, gebruik loophulpmiddel. Buitenshuis (lokaal) verplaatsen: wandelen, fietsen, reizen met openbaar vervoer, naar school, instanties en/of familie gaan, parkeren bij huis of winkels, frequentie vallen, gebruik loophulpmiddel, (zelfstandig) autorijden, gebruik vervoersregelingen.
b) Gewenst resultaat
Zo zelfstandig mogelijk verplaatsen binnens-en buitenshuis, afhankelijk van de vervoersbehoefte in relatie tot de activiteiten die de cliënt wil ondernemen.
c) Eigen kracht, gebruikelijke hulp of algemeen gebruikelijke voorzieningen
Afhankelijk van de cliëntsituatie zelf zorgdragen voor het vervoer al dan niet met behulp van het sociale netwerk. Specifiek bij kinderen verwachten we van ouders dat ze zelf hun kind brengen en ophalen:
Wanneer het vervoer niet langdurig noodzakelijk is of het vervoer slechts een geringe intensiteit heeft (beperkt aantal keren per maand). Hieronder vallen de meeste vormen van ambulante behandeling of begeleiding.
Wanneer er een eigen oplossing is voor vervoer of een oplossing vanuit het eigen netwerk, met vrijwilligers of maatjes.
Bij vervoer van en naar kortdurend verblijf of bij inzet logeerfunctie.
De locatie binnen 4 tot 6 kilometer (afhankelijk van het type onderwijs) van huis ligt. Hiermee trekken we één lijn met leerlingenvervoer, waarvoor dezelfde richtlijn geldt.
d) Rol mantelzorger(s) en sociaal netwerk
Bijvoorbeeld: bespreken in hoeverre mantelzorger(s) of mensen uit het sociale netwerk de cliënt wil wegbrengen en/of ophalen.
e) Mantelzorgondersteuning
Bijvoorbeeld: mantelzorger(s) ontlasten door meer mensen uit het netwerk te vragen om te helpen bij het vervoer.
f) Algemene/voorliggende voorzieningen
Bij kinderen en jongeren: leerlingenvervoer van en naar school inclusief kinderopvang.
Vrijwilligersorganisaties, zoals de Hulpdienst, die mensen kunnen begeleiden bij gebruik van het openbaar vervoer.
Op een beperkt aantal plekken in de stad is een scootmobielpool ingericht (o.a. bij het Oud Burgeren Gasthuis).
Het openbaar vervoer is in de regio Nijmegen in principe rolstoel- en rollatortoegankelijk voor mensen met een fysieke beperking: gemeente Nijmegen heeft geïnvesteerd in het toegankelijk maken van bushaltes en bussen, zodat deze voor een zo groot mogelijk publiek bereikbaar zijn. Daardoor wordt verwacht dat het grootste deel van de inwoners van Nijmegen in staat is om gebruik te maken van het openbaar vervoer, ook wanneer iemand rolstoel-of rollatorafhankelijk is. Het openbaar vervoer geldt dan ook expliciet als algemene voorziening. Dat is bovendien wenselijk omdat het openbaar vervoer mensen een relatief grote vorm van verplaatsingsvrijheid biedt.
Daarnaast is er de mogelijkheid van collectief vervoer via de Regiotaxi met een Wmo-vervoerspas. Mocht het openbaar vervoer niet adequaat zijn, dan wordt gekeken naar de Regiotaxi. De Regiotaxi is een collectief vervoerssysteem. Voor de bepaling of de Regiotaxi geschikt is voor de cliënt, zie bijlage 6 van deze beleidsregels.
g) Maatwerkvoorziening
- Wmo sociaal vervoer
Mensen die voor het “vervoer van alledag” (boodschappen, familiebezoek etc.) als gevolg van hun beperking geen gebruik kunnen maken van de het openbaar vervoer of de Regiotaxi, komen in aanmerking voor een individuele vervoersvoorziening (maatwerkvoorziening) in de vorm van een persoonsgebonden budget voor het gebruik van de eigen auto, een (reguliere) taxi of rolstoeltaxi. Voor nadere criteria, zie bijlage 6 van deze beleidsregels.
- Vervoer van/naar Wmo-dagbesteding en Jeugdhulpvoorzieningen
Indien vervoer van en naar dagbestedingsvoorzieningen op eigen kracht, met behulp van het netwerk of met het openbaar of collectief vervoer niet mogelijk is, is een maatwerkvoorziening op grond van de Wmo 2015 of de Jeugdwet aangewezen. Hiervoor dient in aanvulling op de bouwsteen voor dagbesteding of jeugdhulp, de bouwsteen vervoer aangevraagd te worden. Nadere criteria en het werkproces hiervoor zijn specifiek uitgewerkt in bijlage 7 van deze beleidsregels.
2.2.13 Communicatie
a) Behoeften, persoonskenmerken en voorkeuren van de cliënt
Lees-, spreek-, en schrijfvaardigheid, gebruik computer en telefoon, Nederlandse of andere taal, zintuiglijke problemen, communicatievaardigheden.
b) Gewenst resultaat
Verbetering van de communicatie op bepaalde gebieden, afhankelijk van de wensen van de cliënt.
c) Eigen kracht, gebruikelijke hulp of algemeen gebruikelijke voorzieningen
Afhankelijk van de situatie.
d) Rol mantelzorger(s) en sociaal netwerk
Afhankelijk van de situatie en de mogelijkheden en wensen van het sociale netwerk.
e) Mantelzorgondersteuning
Afhankelijk van de situatie.
f) Algemene voorzieningen
Hulpmiddelen (bril, gehoorapparaat, etc.) via Zvw, hulpmiddelen ten behoeve van opleiding of werk via UWV en/of Participatiewet.
Doventolk (landelijke voorziening).
Bij LVG- en Jeugd-ggz (autisme e.d.)- aanbieders is veel kennis m.b.t. pictogrammen etc.
g) Maatwerkvoorziening
Het oefenen en/of verbeteren van communicatievaardigheden kan onderdeel zijn van een begeleidingstraject.
Hoofdstuk 2
Artikel 2.2
Onderzoek per leefgebied
Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Nijmegen 2024