Naar hoofdinhoud
Binnen het pgb geldt als voorwaarde dat de cliënt in staat moet zijn regie te voeren over diens situatie en het beheer van het pgb. Het ‘regie voeren’ houdt in dat mensen een plan moeten kunnen opstellen, kunnen motiveren waarom zij een pgb willen en dat zij in staat zijn om opdrachtgever/werkgever te zijn. In het plan zal dan ook moeten worden aangegeven wie de regie voert over het pgb en hoe dit wordt vormgegeven. Of iemand in staat is tot regievoering hangt af van de aard en mate van de ervaren beperking. De professional maakt deze beoordeling. De GGD of het buurt- of regieteam zal in haar onderzoek moeten beoordelen of het verantwoord is om een pgb te verstrekken. Dit hangt af van de mogelijkheden van de cliënt om (zelf of met behulp van anderen) de daaraan verbonden taken goed uit te voeren. Met andere woorden: wanneer een cliënt aangeeft dat hij zorg wil inkopen via een pgb, vindt een toets plaats op de bekwaamheid tot regie van de cliënt en het vertrouwen dat de door cliënt voorgestelde invulling van voldoende kwaliteit is en tot de beoogde resultaten leidt. De uitkomst van de weging kan van persoon tot persoon verschillen, het is altijd een individuele weging. In essentie draait het om de vraag of geborgd is dat het budget ten goede komt aan de gewenste ondersteuning en aan de kwetsbare persoon die ondersteuning nodig heeft. Dit kan ertoe leiden dat in sommige situaties toch geen ondersteuning in de vorm een pgb wordt verstrekt. Informatieplicht aanvragers Het is van belang dat burgers vooraf goed weten wat het pgb inhoudt en welke verantwoordelijkheden ze daarbij hebben. Naast dat burgers worden ingelicht over de mogelijkheid van een pgb, wordt de burger vooraf ook volledig ingelicht over de gevolgen van de keuze voor een pgb en de voorwaarden die hieraan verbonden zijn.

Rechtspraak bij dit artikel