Consumenten winkelen meer online...
De groei van online winkelen blijft doorzetten. Inmiddels is het aandeel al opgelopen tot meer dan 20% (Koopstromenonderzoek Oost-Nederland, 2019). Deze toegenomen oriëntatie van de consument op online leidt tot een verminderde behoefte aan fysieke winkels (afgenomen van circa 6,5 winkels per 1.000 inwoners in 2008 tot rond de 5 in 2021) (Locatus, 2021). Met name in het grijze middensegment zijn, doordat deze winkels zich moeilijk kunnen onderscheiden van internet, veel grote ketens failliet gegaan (zie faillissementstijdlijn).
... waardoor de winkelstructuur verandert
De gevolgen van het toenemende online winkelen zijn niet voor ieder type winkelgebied hetzelfde:
- - De kleinere wijk- en buurtcentra bleven de voorbije jaren veelal goed functioneren. Het aanbod in deze centra bestaat overwegend uit dagelijks bezochte winkels, die (zeker voor de coronacrisis) nog minder concurrentie ondervonden van internetwinkelen.
- - De grote stad werd vanwege het diverse voorzieningenpalet (combinatie detailhandel en recreatief) en het bijzondere aanbod door de consument nog aantrekkelijk gevonden voor een ‘dagje stad’.
- - Het middelgrote centrum kwam daarmee tussen tafellaken en servet terecht. Juist hier was het kwetsbare niet-dagelijkse winkelaanbod veruit de dominante centrumfunctie. Antwoorden voor alternatieve invulling ontbraken, waardoor de leegstand toenam. Deze ontwikkeling heeft ook in de binnenstad van Assen plaatsgevonden.
Faillissementstijdlijn

Coronacrisis versnelde ontwikkeling online

Coronacrisis versnelt online groei
De coronamaatregelen (lockdown, sluiting horeca en ‘niet-essentiële’ winkels, etc.) hebben grote effecten gehad op het consumentengedrag op korte en lange termijn, en daarmee op het perspectief voor centrumgebieden:
- - De internetbestedingen zijn tijdens de crisis substantieel toegenomen, in alle branches. Ook mensen die daarvoor nog niet op internet kochten doen dat nu wel, en een deel van hen zal dat naar verwachting blijven doen (ABN Amro (2021), Naar een nieuw normaal in winkelgedrag). Inmiddels vindt een correctie plaats op de enorme online groei, maar de online bestedingen blijven hoger dan voor de coronacrisis.
- - De technologie en capaciteit om online aankopen te faciliteren wordt snel beter (robotisering logistiek, augmented reality, slimme deurbel, etc.). Hierdoor wordt de concurrentie voor fysieke winkels in gemak en kosten alsmaar groter.
Impact coronacrisis verschillend per
branche
Niet voor iedere branchegroep waren de coronamaatregelen op korte termijn even nadelig:
- - De boodschappensector heeft (een deel van) de uitgaven die consumenten normaal gesproken bij de horeca doen overgenomen, waardoor supermarkten en versspeciaalzaken goede omzetten draaiden.
- - Doordat de recreatieve mogelijkheden buitenshuis tijdens de coronamaatregelen afnamen, zijn consumenten meer gaan besteden om het in huis prettiger te maken. Dit is terug te zien in de omzetstijging in de consumentenelektronica en doe-het-zelfzaken (o.a. bouwmarkten).
- - Modewinkels zijn tijdens de coronacrisis het meest getroffen. Online winkelen kon hier het omzetverlies in de fysieke winkel bij lange na niet opvangen. Dit heeft de grootste impact gehad op de hoofdwinkelstraten van hoofdcentra, aangezien het modeaanbod veelal vooral daar gevestigd zit.
Index omzetontwikkeling winkelsector naar branchegroep (2019-2021)

Online boodschappen
Een grote groep nieuwe klanten is in deze periode in contact gekomen met online boodschappen bestellen, en ook de aanbieders hebben een flinke stap gemaakt (capaciteit, innovatie). In absolute omzet is de foodsector nu de grootste online branche.
Het online aandeel in de dagelijkse sector zal niet zomaar zo groot worden als dat van de niet-dagelijkse sector. Drogisterij-artikelen zijn prima geschikt voor verzending (Retailtrends (2021), Kruidvat verdubbelt capaciteit distributiecentrum), maar het thuisbezorgen van verse voedingsmiddelen blijft een lastige logistieke en financiële uitdaging. Het fysiek doen van de frequente aankopen (levensmiddelen en andere boodschappen) blijft daarmee naar verwachting een belangrijk onderdeel van het consumentengedrag. Wel wordt de invloed van online op de fysieke dagelijkse winkelstructuur langzaam maar zeker groter.
Supermarkten bepalende functie
Structuur
Supermarkten zijn voor dorps- en wijkcentra veruit de belangrijkste functie. Supermarkten trekken meer
bezoekers dan elke andere centrumfunctie in een lokale winkelstructuur. Overige voorzieningen kunnen profiteren van de grote bezoekersaantallen van supermarkten, mits de supermarkt ruimtelijk goed ingepast is. De onderlinge afstand en zichtrelatie zijn daarbij bepalende factoren. Aangezien veel voorzieningen aan individuele trekkracht hebben ingeleverd, is de nabijheid tot een supermarkt de afgelopen jaren dé bepalende vestigingsplaatsfactor geworden.
De concurrentie in de boodschappensector is heftig. Al decennia wint de supermarkt terrein op de versspeciaalzaak, bijvoorbeeld door nieuwe versconcepten (bijv. Jumbo met La Place of Lidl met bake-off), in combinatie met gemak én erg lage kosten (inkoopkracht). Doordat de consument een breed assortiment wenst, is schaalvergroting voor supermarkten een belangrijke strategie. Grotere supermarkten betekenen echter ook meer benodigd draagvlak (inwoners) per supermarkt.
Ontmoetingsfunctie
Naast de duidelijke economische meerwaarde fungeren supermarkten ook als ontmoetingsplek voor een buurt. Supermarkten worden door veel mensen dagelijks lokaal bezocht, en dus ontstaat er op zeer frequente basis een mogelijkheid tot het willekeurig ontmoeten van buurtgenoten. Het voorzien van dergelijke dagelijkse functies leidt daarmee tot een versterkte sociale cohesie en leefbaarheid van een buurt. Ook bijvoorbeeld een functie als afhaalpunt voor het toenemend aantal online bestelde pakketjes sluit aan bij deze functie.
Landelijke ontwikkeling winkelvloeroppervlak supermarkten

Schaalvergroting supermarkten
Supermarkten kleiner dan circa 1.000 m² wvo en in kleinere verzorgingsgebieden zijn kwetsbaar. Supermarktpartijen willen voor een nieuwe winkel al snel een omvang van 1.200 m² wvo of groter. De groei in écht grote supermarkten (> 2.000 m² wvo) is beperkt. Er zijn wel uitzonderingen:
- - in binnensteden ontstaan nieuwe, kleine city-concepten (‘mandjeswinkels’);
- - doelgroepensupermarkten bieden een beperkt maar specialistisch assortiment;
- - partijen als Spar hebben ook in kleine dorpen nog moderne, kleine supermarkten.
Combinatiebezoek supermarkten
Uit door DTNP uitgevoerd onderzoek (2021) onder circa 3.700 respondenten in 25 dorps- en wijkcentra in Nederland blijkt dat circa 52% van de consumenten het supermarktbezoek combineert met een of meer andere winkels in hetzelfde winkelgebied. Dit geldt zowel voor service- als voor discountsupermarkten. Het onderzoek toont aan dat het aandeel supermarktbezoekers dat ook andere winkels bezoekt, toeneemt naarmate meer winkels dicht bij de supermarkt liggen. Daarnaast blijkt dat het combinatiebezoek toeneemt naarmate er meer winkels in het zicht van de ingang van de supermarkt liggen.
Lokale ontwikkeling
Koopgedrag meer online
Passend bij de landelijke trend zijn ook inwoners van de gemeente Assen de laatste jaren meer online gaan winkelen.
- - Het aandeel online in de niet-dagelijkse winkelsector is tussen 2015 en 2019 toegenomen van 9 naar 21% (Koopstromenonderzoek Oost Nederland, 2019).
- - In de dagelijkse sector is het online boodschappen doen in de gemeente Assen ook op gang gekomen; in 2019 lag dit aandeel op 3% van alle dagelijkse bestedingen.
Detailhandel functioneert meer lokaal
Het detailhandelsaanbod in Assen is meer lokaal gaan functioneren, er komen minder bestedingen van buiten Assen.
- - In de hele kern is het aandeel toevloeiing in dagelijkse winkelbestedingen tussen 2015 en 2019 ongeveer constant gebleven. In de nietdagelijkse sector is er wel een afname van 45% naar 38%.
- - In het centrum van Assen is de toevloeiing in de dagelijkse winkelsector afgenomen van 27% in 2015 naar 9% in 2019. In de niet-dagelijkse sector is er een afname van 50% naar 40%.
- - Locatie Borgstee op het bedrijventerrein is juist meer regionaal gaan functioneren. Hier is het aandeel toevloeiing toegenomen van 33% in 2015 naar 40% in 2019.
Aanbodontwikkeling
In de binnenstad is het mode- en overige niet-dagelijkse winkelaanbod afgenomen, passend bij de landelijke trends. De leegstand is hier fors, maar deze is de afgelopen jaren niet verder toegenomen. De verklaring hiervoor is dat winkelmeters uit de markt zijn genomen en een niet-winkelfunctie hebben gekregen (bijvoorbeeld een transformatie naar wonen of dienstverlening).
Buiten de binnenstad is het aanbod in de branches wonen, doe-het-zelf en tuincentra afgenomen. In de overig niet-dagelijkse branches is er juist een toename van winkelmeters waarneembaar. Voorbeelden hiervan zijn de vestiging van Big Bazar in buurtcentra en een fietsenwinkel op het Stadsbedrijvenpark.
Ontwikkeling detailhandelsaanbod, uitgedrukt in m²

Verwachtingen toekomst
Perspectief dagelijkse winkels
Uit de marktruimteberekening die voor de dagelijkse sector is gemaakt (distributie-planologisch onderzoek, zie bijlage 5) blijkt dat er in deze dagelijkse boodschappensector een aanzienlijk overaanbod is. De berekening laat duidelijk zien dat supermarkten in de toekomstige situatie verder ondergemiddeld zullen functioneren (lagere vloerproductiviteit), wanneer er niks verandert, ook bij een ambitieuze toename van het aantal inwoners. Dat kan voor de consument leiden tot een verschraling van het (vers-)assortiment en mogelijk valt er bij voortzetting van de huidige situatie op termijn een supermarkt (of zelfs meerdere) weg uit de structuur (Eind januari 2023 sloot Lidl haar vestiging in Cité, waardoor inmiddels beide supermarkten in de kelder van Cité zijn gesloten. Deze actuele ontwikkeling is nog niet meegenomen in de marktruimteberekeningen.) Aangezien supermarkten bepalend zijn voor de winkelstructuur, noopt het overaanbod ertoe dat er in de toekomstig gewenste structuur minder ruimte is voor dagelijkse winkelmeters.
Perspectief niet-dagelijkse winkels
Gezien de trends en ontwikkelingen (toename aandeel online, afname omzet uit toevloeiing vanuit omliggende gemeenten) is een verdere terugloop van het niet-dagelijkse winkelaanbod te verwachten. Uit een indicatieve analyse komt naar voren dat er in de huidige situatie sprake is van een overaanbod van circa 15%. Kijkend naar de trends in de detailhandel en de reeds waarneembare krimp van het aanbod is de verwachting dat het overaanbod in de toekomst alleen maar groter wordt. Het overaanbod in de niet-dagelijkse sector resulteert in verschillende ruimtelijke opgaven:
- - In de binnenstad zal er met name een verdere terugloop zijn van het modisch recreatieve aanbod. De binnenstadsvisie geeft reeds invulling aan deze opgave;
- - Het overaanbod aan woonwinkels, doe-het-zelfzaken en tuincentra heeft met name effect op het Stadsbedrijventerrein. Dit aanbod loopt al terug en een verdere versnippering van functies op het bedrijventerrein in de toekomst dreigt. Om dit te voorkomen is het net als in de binnenstad belangrijk dat het gebied duidelijk ingekaderd en afgebakend wordt. De visie in hoofdstuk 2 gaat hier nader op in.