Naar hoofdinhoud

Artikel 8.

Beleidsplan 2024-2027

Onderdeel van Subsidiekader culturele centra

De beide centra gaan zich de komende jaren nog meer dan nu het geval is positioneren als ‘spil’ in de sociale en culturele infrastructuur van Gilze en Rijen. De verbindende functie van de centra wordt belangrijker. Door een grotere samenhang in de activiteiten binnen de centra en door meer participatie van de inwoners in die activiteiten krijgen De Boodschap en De Schakel meer het karakter van een sociaal cultureel centrum. Met de eerdergenoemde kernpartners en waar mogelijke andere partners van De Boodschap en De Schakel verwachten wij dat subsidieontvanger tot een meer eenduidig inhoudelijk concept voor de sociaal culturele centra komt. Dit proces is een groeiproces, dat in de periode 2024-2027 vorm dient te krijgen. In het beleidsplan 2024-2027 vraagt de gemeente om aan te geven hoe in de komende jaren invulling gegeven wordt aan dit proces en aandacht te hebben voor tenminste de volgende drie ontwikkelopgaven (enkele denkrichtingen ter inspiratie zijn toegevoegd): Tevredenheid – het bestaansrecht van de beide centra ligt in de tevredenheid van onze inwoners. Van zowel structurele bezoekers, incidentele bezoekers, professionals die werkzaam zijn vanuit de centra, de eigen medewerkers en inwoners uit onze gemeente die de centra niet bezoeken. De gemeente vraagt om aan te geven hoe in de komende jaren de tevredenheid van de verschillende stakeholdergroepen in beeld wordt gebracht en hoe de tevredenheid verder wordt verhoogd. Betaalbaarheid – de centra vervullen een maatschappelijke functie en vormen de ontmoetingsplek voor een breed scala aan sociale en maatschappelijke activiteiten. Geregeld voor of door een doelgroep of organisatie, die beperkte middelen heeft. De gemeente vraagt om uit te werken op welke manier de maatschappelijke huurprijzen betaalbaar kunnen worden gehouden. De gemeente denkt daarbij aan verdere flexibiliteit van of differentiatie in tarieven (bijvoorbeeld dag en avond en/of per uur) en het waar mogelijk investeren in vergroten van gebruiksmogelijkheden in de ruimtes, zodat aanvullende kosten voor huurders kunnen worden verlaagd. Denk daarbij bijvoorbeeld in investeringen in geluid, licht en technische voorzieningen in ruimtes, zodat deze niet tot separate aanvullende kosten voor huurders leiden of het gebruikersgemak vergroten. Of investeringen aan het gebouw die de verhuurbaarheid van ruimtes vergroten. De gemeente vindt het belangrijk dat deze afwegingen samen met gebruikers worden gemaakt en vraagt om aan te geven hoe gebruikers hierin worden betrokken. Draagvlak in samenleving – de centra vervullen een maatschappelijke functie. De verbondenheid bij en met de lokale gemeenschap in de beide kernen vormen een belangrijke succesfactor in de exploitatie van beide centra. De gemeente vraagt om uit te werken hoe het draagvlak in en de participatie van onze lokale samenleving de komende jaren wordt behouden en verder wordt versterkt. De gemeente denkt daarbij aan het draagvlak onder verengingen en vaste huurders van de centra. Mogelijk kan een huurderspanel of gebruikersvertegenwoordiging hier een rol in spelen. Het doorontwikkelen naar een meer eenduidig sociaal en culturele concept (inclusief bovenstaande drie genoemde opgaven) en het draagvlak hiervoor bij de huurders zullen een onderdeel vormen van accountgesprekken en vragen om een specifieke toelichting in het inhoudelijke verslag binnen de subsidieverantwoording. Betrokken partijen / huurders kunnen door de gemeente worden bevraagd over de mate waarin ze betrokken zijn bij en naar tevredenheid invulling wordt gegeven aan de genoemde ontwikkelopgaven, wanneer de gemeente daar aanleiding toe ziet. Samenwerking, werkplekken en zichtbaarheid Uit het versterken van de ‘aanjaagfunctie’ volgt dat de sociaal-culturele centra zich op een andere manier gaan verhouden tot de betrokken/verbonden partijen. Zij zijn niet alleen ‘huurders’, maar ook ‘samenwerkingspartners’. Van huurder naar samenwerkinsgpartner vraagt wederzijds om een andere benadering van en betrokkenheid bij de sociaal-culturele centra. Met de eerdergenoemde kernpartners en waar mogelijke andere partners van De Boodschap en De Schakel verwacht de gemeente dat subsidieontvanger tot een meer eenduidig inhoudelijk concept voor de sociaal culturele centra komt. Aandachtspunten zijn hierbij: De centra vormen de werkplek van medewerkers van een aantal organisaties. Dit vraagt om een ander benadering, dan de wensen en behoeften van een bezoeker aan een activiteit. De gemeente vraagt hoe u aan de komende jaren invulling gaat geven aan de wensen en behoeften van deze groep medewerkers en of u eventuele synergie voordelen ziet dor onderlinge samenwerking; De centra vormen voor de samenwerkingspartners vaak de enige zichtbare en fysiek toegankelijke ontmoetingsplek met onze inwoners. In het groeiproces naar een meer eenduidig gezamenlijk concept voor de sociaal-culturele centra vraagt de gemeente om voor deze samenwerkingspartners meer ruimte te bieden aan het zichtbaar maken van de routes naar de ruimtes en de dienstverlening van deze samenwerkingspartners in de beide centra.

Rechtspraak bij dit artikel