Het lidmaatschap van een lid van de rekenkamer eindigt:
Op eigen verzoek;
Bij aanvaarding van een functie die onverenigbaar is met het lidmaatschap van de rekenkamer;
Wanneer het lid van de rekenkamer bij onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak wegens misdrijf is veroordeeld, dan wel bij zulk een uitspraak een maatregel is opgelegd die vrijheidsbeneming tot gevolg heeft;
Indien het lid van de rekenkamer bij onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak onder curatele is gesteld, in staat van faillissement is verklaard, surseance van betaling heeft verkregen of wegens schulden is gegijzeld;
Indien het lid van de rekenkamer vanwege langdurige afwezigheid niet in staat is de functie naar behoren te vervullen;
Indien de raad van oordeel is dat het lid niet langer geschikt is de functie van de (plaatsvervangend) directeur van de rekenkamer te vervullen;
Aan het eind van de benoemingstermijn.