Het is de (plaatsvervangend) directeur verboden de handelingen te verrichten als bedoeld in artikel 15 van de Gemeentewet. De raad kan een (plaatsvervangend) directeur die heeft gehandeld in strijd met dit verbod van de functie ontslaan. Alvorens dit te doen hoort de raad de (plaatsvervangend) directeur.
De (plaatsvervangend) directeur is niet werkzaam bij een bedrijf dat opdrachten uitvoert in opdracht van de gemeente of bij een door de gemeente gesubsidieerde instelling, dan wel heeft geen andere (neven)betrekkingen die de onafhankelijke positie ten aanzien van de gemeente zou kunnen schaden.
De (plaatsvervangend) directeur vervult geen nevenfuncties waarvan de raad van oordeel is dat de uitoefening ongewenst is met het oog op een goede vervulling van de functie.
De (plaatsvervangend) directeur overlegt aan de raad elk half jaar een lijst met daarin opgenomen de nevenfuncties die op dat moment worden vervuld.
Artikel 5
Verboden handelingen
Onderdeel van Verordening op de rekenkamer Hardinxveld-Giessendam 2024