De gemeente kan op grond van de evenementenregeling in de APV evenementen met dieren toetsen aan de genoemde weigeringsgronden. Op basis hiervan kan zij evenementen verbieden als er gevaar dreigt voor de openbare orde. Dit is echter een indirecte manier om binnen de gemeente grenzen te stellen aan evenementen met dieren.
De Dierenbescherming is voorstander van het opnemen van dierenwelzijn als weigeringsgrond voor vergunningaanvragen. Juridisch is dat echter niet mogelijk. Gemeenten hebben namelijk een autonome regelgevende bevoegdheid, die onder meer wordt begrensd door regelingen van hogere overheden. De Gezondheids- en welzijnswet voor dieren is zo’n wet. Deze wet is uitputtend bedoeld voor dierenwelzijn en vanuit het gemeenterecht vloeit voort dat gemeenten niet bevoegd zijn om vanuit het oogpunt van dierenwelzijn autonome regels over dieren te stellen. Gemeenten hebben wél de bevoegdheid om met andere oogmerken regels te stellen inzake dieren, mits deze regels niet in strijd zijn met de normen in de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren. Zo kunnen zij wel regels stellen over bijvoorbeeld circussen in het belang van de openbare orde of veiligheid.
Wij stellen voor de ontwikkelingen op het gebied van evenementen met dieren te volgen en ons uit te spreken tegen het optreden van dieren als vermaak. Voorgesteld wordt om zodra zich ontwikkelingen op dit gebied voordoen en een aparte weigeringgrond geformuleerd kan worden m.b.t. het gebruik van dieren ter vermaak, deze verandering doorgevoerd wordt bij de eerstvolgende herziening van de APV.
Actiepunt 4.3.2
De gemeente Soest is van mening, dat evenementen met dieren voor vermaak strijdig zijn met het dierenwelzijn en zal daarom de APV aanpassen zodra dierenwelzijn als weigeringsgrond juridisch mogelijk wordt.
Hoofdstuk 4. › Paragraaf 4.2.
Artikel 4.2.2.
Motief dierenwelzijn
Onderdeel van Nota dierenwelzijn Soest 2011