De algemene vertaling van het bestaansrecht van de brandweer is "het redden van mens en dier". Deze algemene vertaling is nader uitgewerkt in het beheersbaar houden van een brand, het veilig kunnen vluchten (van mensen) en het veilig kunnen optreden van de brand.
Het beheersbaar houden van de brand heeft alles te maken met hoe groot het bouwwerk is en hoe dit is opgedeeld in zogenaamde brandcompartimenten, waarbij de inzet van de brandweer er altijd op gericht zal zijn om uitbreiding (naar een ander brandcompartiment) te voorkomen. Deze repressieve inzet is onlosmakelijk verbonden met preventie. Immers, als op de bouwplantekening (onverantwoord) grote brandcompartimenten zijn weergegeven kunnen repressief gezien geen wonderen van de brandweer worden verwacht. Wanneer het bovenstaande wordt geprojecteerd op dierverblijven zal de brandweer bij de bouwplantoetsing geen stallen toestaan die over een maximale grootte van een brandcompartiment heen gaan. Mocht een veehouder groter willen bouwen, dan zal hij zijn dierenverblijf moeten splitsen in brandcompartimenten. Hierdoor heeft de brandweer de mogelijkheid om bij een brand te voorkomen dat een brand zich uitbreidt naar een ander brandcompartiment (lees dierverblijf). Hierdoor is het mogelijk om zowel het gebouw als ook de dieren die er in verblijven te redden. Ook zal bij deze preventieve toets gekeken worden of er voldoende bluswater in de directe omgeving aanwezig is om een snel optreden van de brandweer te kunnen realiseren (voldoende water op het vuur binnen een bepaald tijdsbestek).
De preventieve maatregelen, die worden meegenomen in de preventieve toetsing van dierverblijven, zijn verwoord in het document "model-beleidsregel Grote Brandcompartimenten en Dierverblijven" die door de Veiligheidsregio Utrecht is vastgesteld op 14 juni 2007. Het district Eemland, waar Soest onder valt, zal bij de toetsing van dierverblijven deze model-beleidsregel volgen.
Voor de Brandraad 09 is in 2009 een verkenning uitgevoerd naar branden in dierenverblijven. Uit deze studie bleek dat bovenstaande model-beleidsregel het maximale doet, wat de brandweer op grond van de bestaande regelgeving mag eisen, behalve op één punt: Branden ontstaan vaak in of bij de technische installaties. Door te eisen dat deze installaties in het vervolg in een afzonderlijk brandcompartiment worden ondergebracht kan beter worden voorkomen dat de brand overslaat naar het dierverblijf.
Verder is in 2010 door studenten van Hogeschool van Hall-Larenstein een onderzoek uitgevoerd genaamd: ‘Brand in veestallen, onderzoek naar de omvang, oorzaken, preventie en bestrijdingsmogelijkheden van brand in rundvee-, varkens- en pluimveestallen.’ Uit dit onderzoek bleek dat er nog wel het een en ander te verbeteren valt op het gebied van brand in veestallen. De voorstellen zullen echter eerst in landelijke regelgeving moeten worden vertaald voordat het district Eemland er uitvoering aan kan geven.
Actiepunt 5.2.2.
In de "model-beleidsregel Grote Brandcompartimenten en Dierverblijven" (vastgesteld op 14 juni 2007) zal worden opgenomen dat de technische installaties in een afzonderlijk brandcompartiment moeten worden ondergebracht.
Hoofdstuk 5. › Paragraaf 5.2.
Artikel 5.2.2.
Brandpreventie
Onderdeel van Nota dierenwelzijn Soest 2011