Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6. › Paragraaf 6.2.

Artikel 6.2.1.

Watervogels

Onderdeel van Nota dierenwelzijn Soest 2011

Dat zich groepen overlastgevende vogels binnen de bebouwde kom bevinden, zoals ganzen en eenden, is vermoedelijk veroorzaakt doordat een aantal van hen is uitgezet door mensen die ze niet meer wilden houden. Deze dieren kunnen zich ‘in het wild’ goed handhaven als ze op plaatsen leven waar voldoende voedsel en schuilplaatsen zijn. Ze zullen zich dan voortplanten. Hierdoor groeit de populatie per saldo. Onderstaande aanbevelingen gaan alleen over verwilderde gedomesticeerde ganzen, de zogenaamde ‘boerenganzen’ en niet over grauwe ganzen of andere inheemse beschermde soorten. Boerenganzen zijn in principe niet beschermd en mogen gevangen worden. Het zijn van oorsprong gedomesticeerde dieren. Ze zijn gedumpt of ontsnapt uit parken. Vermoedelijk is hun aanwezigheid het gevolg van het feit dat de dieren het er prettig vinden: er is rust, water en voedsel. Bovendien worden de dieren vaak gevoerd door passanten. Preventie Het heeft de voorkeur om de dieren te laten waar ze zijn. Het voeren dient beperkt te worden. De ganzen mogen niet overvoerd worden en alleen op een plek worden gevoerd waar ze geen kwaad kunnen. Een populatie kan qua conditie en omvang in de hand worden gehouden door nestbeheer. In het voorjaar, als de dieren een nest hebben, kunnen de eieren vervangen worden door nepeieren. De eieren kunnen ook geolied of geschud worden en weer teruggelegd in het nest. Deze behandeling moet altijd binnen de eerste twee weken gebeuren nadat het legsel compleet is en de gans begint met broeden. In deze periode is er nog geen sprake van de ontwikkeling van een kuiken in het ei. Vangen en herplaatsen Als het echt niet anders kan en de dieren niet meer worden getolereerd op de plaats waar ze leven, kunnen ze verplaatst worden. Ze mogen niet ergens anders in het veld worden uitgezet, dat is wettelijk verboden. Ze zullen dus verplaatst moeten worden naar bijvoorbeeld een opvangadres of een particulier. Voorwaarde is dan wel dat het daar een geschikte omgeving is voor de ganzen, dat ze voedsel hebben en dat ze op de nieuwe plek geen overlast veroorzaken. Verjagen van ganzen heeft nauwelijks zin, omdat de dieren moeilijk vliegen en daarom niet ver weg gaan. De overlast verplaatst zich dan en het verjagen zelf zal bij de ganzen veel stress veroorzaken. Huidige situatie In de gemeente Soest worden de nesten van ganzen en eenden in de wijken Klaarwater en Overhees regelmatig geschud door medewerkers van de gemeente. Het zoeken van de nesten is echter zeer arbeidsintensief en tijdrovend. Het lukt daarom niet altijd om de populaties op het gewenste niveau te houden. De gemeente Soest en het Waterschap hebben streefbeelden voor de vijvers vastgesteld (zie ook 6.1). De streefbeelden hebben een direct verband met de waterkwaliteit. De waterkwaliteit heeft op haar beurt een direct verband met uitwerpselen van ganzen en eenden. Onderzoek heeft uitgewezen dat uitwerpselen van vooral eenden de waterkwaliteit zeer nadelig beïnvloeden. Het is daarom van belang de eenden/ganzen populatie te reguleren als de streefbeelden voor de vijvers behaald willen worden. Bewoners kunnen hier een belangrijke bijdrage aan leveren door het “eendjes voeren” ook te reguleren. In extreme winters, als de vijvers dichtgevroren raken, worden door de gemeente (afdeling Realisatie) wakken in het ijs opengehouden en worden de watervogels bijgevoerd. Dit is uiteraard een tijdelijke maatregel om de dieren de winter te laten overleven. Actiepunt 6.2.1 In het kader van het Waterplan zullen bezoekers geïnformeerd worden over de nadelige effecten van het voeren van eenden en ganzen. De inrichting van de vijvers met een hogere ecologische waarde zullen worden ingericht met natuurlijke oevers en worden voorzien van borden die het eendjes voeren tegengaan.

Rechtspraak bij dit artikel