Soms worden kleine zoogdieren bestreden omdat ze als schadelijk of hinderlijk zijn aangemerkt. Denk bijvoorbeeld aan de mol, de muskusrat, de bever- en woelrat, de bruine en zwarte (huis)rat, de huismuis en de veld- en bosmuis. Maar ook andere kleine zoogdieren zoals steenmarters, hazen, konijnen en grijze eekhoorns worden soms als schadelijk aangemerkt.
Geen enkel dier is echter alleen maar schadelijk. Elk dier heeft een functie in het ecosysteem. Indien er, na zorgvuldige en deskundige afweging, sprake is van ernstige, reële en aanzienlijke schade en/of gevaar voor mens en andere dieren én er zijn geen alternatieven, dan mogen als “schadelijk” aangemerkte dieren effectief en zo humaan mogelijk worden bestreden en/of gedood.
Bestrijding moet gericht zijn op preventie, dus op het voorkomen dat dieren overlast veroorzaken. Met andere woorden: indien er sprake is van schade, dan dient er eerst gekeken te worden naar alternatieven ter voorkoming van die schade. Een preventieve bestrijdingsmethode is bijvoorbeeld de afscherming van een gebied of woning door onder andere afrastering, schrikdraad, omheining, afweernetten, horren of het dichtstoppen van kieren en gaten. Ook het in stand houden van een goede balans tussen prooi- en roofdieren is van belang.
Huidige situatie
In de Dienstverleningsovereenkomst tussen de gemeente Soest en de RMN is opgenomen, dat ratten en muizen bij particulieren gratis kunnen worden bestreden.
Hoofdstuk 6. › Paragraaf 6.2.
Artikel 6.2.3.
‘Schadelijke’ dieren
Onderdeel van Nota dierenwelzijn Soest 2011