Het komt soms voor dat exoten in Nederland verwilderen. De muskusrat is hier het bekendste voorbeeld van, maar bijvoorbeeld wasberen en halsbandparkieten kunnen ook heel goed overleven in Nederland.
Taken en verantwoordelijkheden
Sommige dieren kunnen dicht in de buurt van mensen komen en veroorzaken dan soms overlast. Voor het voorkomen of verhelpen van de overlast is de gemeente het eerste aanspreekpunt. De bevolking verwacht dat de gemeente iets aan de (vermeende) overlast gaat doen.
De gemeente Soest zal geen exoten bestrijden enkel omdat ze ‘exoot’ zijn. Maar soms kan een ‘nieuwkomer’ het functioneren van het ecosysteem verstoren of een inheemse soort verdringen.
In dat geval geldt het ‘nee, tenzij’ principe. Bestrijding moet gericht zijn op preventie, dus op het voorkomen dat dieren overlast veroorzaken. Met andere woorden: als er sprake is van schade, dient er eerst gekeken te worden naar alternatieven ter voorkoming van die schade. Als dieren al gedood moeten worden, dan dienen uiteraard de meest diervriendelijke middelen te worden gebruikt. Dat wil zeggen, middelen die het lijden tot een minimum beperken
Voor de bestrijding van overlast door dieren is preventie de beste oplossing. Preventieve maatregelen liggen veelal op het vlak van voedselbeschikbaarheid. Ook het minder aantrekkelijk maken van bepaalde plaatsen, door de bebouwing aan te passen of afweervoorzieningen te treffen, behoren tot de mogelijkheden. Daarnaast kunnen de volgende beleidsinstrumenten worden ingezet:
a. Voorlichting
Er bestaan soms vertekende ideeën bij het publiek over de mate van hinder die dieren kunnen veroorzaken, bijvoorbeeld het overbrengen van ziekten. Ook is het belangrijk voorlichting te geven over het laten slingeren van afval waardoor dieren worden aangetrokken.
b. Preventie
Het belangrijkste is dat er preventieve maatregelen worden genomen om de hygiëne in en om huis en bedrijf te verbeteren. Te denken valt aan het gebruik van afsluitbare afvalcontainers en het niet laten rondslingeren van voedselresten. Om die reden heeft de APV dan ook een aantal voorschriften met het doel ratten en muizen in gebouwen te weren. De APV verbiedt afval of vuilnis op de weg te deponeren, onder andere ter voorkoming van problemen ten aanzien van milieu en volksgezondheid.
Hoofdstuk 6. › Paragraaf 6.2.
Artikel 6.2.4.
Verwilderde exoten
Onderdeel van Nota dierenwelzijn Soest 2011