Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4.

Artikel 4.1.

Achtergrond

Onderdeel van Uitvoeringsregels parkeernormen Gemeente Maashorst 2023

Autobezit Uit cijfers van het CBS (uit 2020) blijkt dat het autobezit in de gemeente Maashorst gemiddeld hoger is dan gemiddeld in Nederland. Per kern is dit autobezit als volgt: Maashorst gemiddeld: 1,34 Uden:1,2 Volkel:1,3 Odiliapeel:1,4 Zeeland: 1,4 Reek:1,5 Schaijk:1,4 Nederland: 1,08 Waalwijk: 1,23 Oosterhout: 1,23 Dit is te verklaren door de reisafstanden naar bestemmingen te beschouwen. Over het algemeen wordt een reisafstand van 35 tot 45 minuten (90 minuten heen én terug) aangehouden als een afstand die voor mensen acceptabel is om (dagelijks) te reizen1 https://www.sciencedirect.com/science/article/abs/pii/S0965856498000718. Waar het aantal bestemmingen binnen 45 minuten per fiets en OV (vanaf busstation Uden) zich beperkt tot de omliggende kernen, Veghel en Oss, strekt het aantal bestemmingen binnen 45 minuten met de auto zich uit over een veel groter gebied. Van Arnhem tot voorbij Eindhoven en van Tilburg tot aan Venray. De autoafhankelijkheid is daarmee relatief groot en daar komt de komende jaren geen verandering in2 Verschillen in autoafhankelijkheid tussen stad en land groeien | Nieuwsbericht | Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid (kimnet.nl). Hier wordt verder op in gegaan in hoofdstuk 4.2. Goede ruimtelijke ordening Zowel het coalitieakkoord als de Omgevingsvisie Maashorst onderschrijven en stellen dat parkeren goed ingebed moet zijn in ruimtelijke ontwikkelingen. Wel moeten ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk gemaakt worden zonder dat deze afbreuk doen aan de parkeerbalans. In 2008 heeft het PBL al gesteld dat het verlagen van de parkeernorm niet leidt tot een lager autobezit3 Parkeerproblemen in woongebieden (pbl.nl): “het simpelweg verlagen van de parkeernorm is dan wellicht een oplossing voor de korte termijn (woningbouw wordt mogelijk), maar zorgt voor problemen op de lange termijn: leefbaarheid, verkeersveiligheid en overlast”. Dit is vandaag nog steeds van toepassing. Het is daarnaast de vraag of de nieuwe Omgevingswet het toestaat om woningbouw mogelijk te maken door bewust te weinig parkeerplaatsen te realiseren. Dan wordt er niet voldaan aan het criterium “[…] door een goede ruimtelijke ordening een aanvaardbaar woon- en leefklimaat waarborgen”. Parkeren is dus een essentieel onderdeel voor een goede ruimtelijke ordening.

Rechtspraak bij dit artikel