Woonruimten mogen niet zonder vergunning als bedoeld in artikel 21 van de wet:

  • - ten behoeve van gebruik als kantoor of praktijkruimte of anders dan ten behoeve van de bewoning, door de eigenaar geheel of gedeeltelijk aan de bestemming tot bewoning worden onttrokken;
  • - ten behoeve van gebruik als kantoor of praktijkruimte of anders dan ten behoeve van de bewoning, door de eigenaar geheel of gedeeltelijk met andere woonruimte worden samengevoegd;
  • - van zelfstandige in onzelfstandige woonruimte worden omgezet, of
  • - worden verbouwd tot twee of meer woonruimten.