2.1 Algemeen
Dit beleidskader richt zich alleen op omgevingsplanactiviteiten of buitenplanse omgevingsplanactiviteiten binnen de bebouwde kom.
De nieuw te vormen woningen moeten kunnen voldoen aan de eisen vanuit het op dat moment geldende bouwbesluit of vervangende regeling van bouwvoorschriften op rijksniveau (bijvoorbeeld t.a.v. de bergruimte). Bij splitsing van een bestaande woning kan hier een uitzondering op worden gemaakt voor het rechtens verkregen niveau, bijvoorbeeld omdat de maatvoering niet meer aan te passen is (onder andere bij een eis van minimale verdiepingshoogte).
2.2 Volkshuisvestelijk belang
Getoetst wordt of splitsing niet strijdig is met het volkshuisvestelijk belang: doet het toestaan van een nieuwe woning afbreuk aan het bereiken van de beleidsdoelen vanuit volkshuisvesting?
2.3 Cultuurhistorisch belang
Getoetst wordt of splitsing niet strijdig is met het cultuurhistorisch belang van de, of de omliggende bebouwing zoals is vastgelegd in een bestemmingsplan, omgevingsplan of in het gemeentelijk erfgoedregister: doet splitsing afbreuk aan het behoud en herstel van de cultuurhistorische waarde van de woning en de directe omgeving?
2.4 Belang voor de leefbaarheid en diversiteit van een buurt
Getoetst wordt of splitsing geen afbreuk doet aan de diversiteit van de opbouw van het woningbestand in de buurt.
Getoetst wordt of splitsing mogelijk een negatieve bijdrage levert aan de leefbaarheid van een buurt: doet splitsing afbreuk aan het oplossen van sociale knelpunten in de wijk?
2.5 Noodzakelijke voorwaarde
Uitgangspunt van de beleidstoets is dat geen afbreuk wordt gedaan aan de belangen genoemd onder 2.2 tot en met 2.4 (volkshuisvestelijk, cultuurhistorisch, of bijdrage aan de leefbaarheid of diversiteit van een buurt). Indien dit wel het geval is, wordt niet meegewerkt aan de splitsing en vindt ook geen ruimtelijke toets of omgevingstoets plaats.
Hoofdstuk 2.
Artikel 2.
Beleidstoets
Onderdeel van Uitvoeringsregel beoordeling splitsen woningen en percelen binnen de bebouwde kom