3.1 Verkeer en parkeren
Uitgangspunt is dat extra parkeerplaatsen op eigen terrein worden gerealiseerd. Dit is mede afhankelijk van de ruimtelijke mogelijkheden voor de inpassing op het perceel, waarbij ook toetsing plaatsvindt aan de ruimtelijke kwaliteit van het straatbeeld.
Indien de extra parkeerplaatsen niet op eigen terrein kunnen worden gerealiseerd, kan ook worden gekeken naar het parkeren in de openbare ruimte:
Biedt de parkeerbalans in de directe omgeving eventueel ruimte om de extra benodigde parkeerplaatsen in de openbare ruimte op te vangen of kunnen extra parkeerplaatsen aangelegd worden? Het bepaalde in het parkeerbeleid is daarbij van toepassing.
De kosten van de aanleg van extra parkeerplaatsen (inclusief vergoeding voor de daarvoor benodigde grond) worden verhaald op de initiatiefnemer.
3.2Stedenbouwkundig
Het splitsen van een woning of perceel mag geen afbreuk doen aan de stedenbouwkundige kwaliteit (hoofdopzet en straatbeeld), waarbij gekeken wordt naar aspecten als de zichtbaarheid van de woningen vanaf de openbare weg, de effecten van de nieuwe woonpercelen op aanliggende woonpercelen, de nieuw te vormen kavelbreedte, voortuindiepte, bebouwingsoppervlak en bebouwingsbreedte in verhouding tot de overige percelen in de straat. Voor een illustratie hiervan zie bijlage 1.
Na splitsing dient het woonoppervlak van de nieuw te vormen woningen bij grondgebonden woningen ten minste 75m2 te bedragen, en bij gestapelde woningen ten minste 50m2.
Bij perceel- en woningsplitsing van grondgebonden woningen is het uitgangspunt dat ieder nieuwgevormd perceel na splitsing een breedte aan de straatzijde van minimaal 20 meter heeft.
In een uitzonderlijke stedenbouwkundige situatie kan gemotiveerd worden afgeweken van de criteria onder 3.2.a t/m 2.c onder de voorwaarde dat de stedenbouwkundige kwaliteit niet onacceptabel wordt aangetast.
3.3Milieukundig
Splitsing is alleen mogelijk indien er geen milieukundige belemmeringen zijn (onder andere op de onderdelen geluid, luchtkwaliteit, externe veiligheid, geurhinder, elektromagnetische straling of klimaatgevolgen, waaronder vernatting en hittestress).
Splitsing mag niet leiden tot beperking van de bedrijfsvoering van omliggende bedrijven.
3.4Noodzakelijke voorwaarde
Bij de ruimtelijke toets dient aan alle voorwaarden onder 3.1 t/m 3.3 te zijn voldaan om mee te kunnen werken aan een eventuele splitsing.
Hoofdstuk 2.
Artikel 3.
Ruimtelijke toets
Onderdeel van Uitvoeringsregel beoordeling splitsen woningen en percelen binnen de bebouwde kom