Op grond van artikel 2 en 3 van de Opiumwet is het verboden een middel als bedoeld in de bij deze wet behorende lijst I (harddrugs) en lijst II (softdrugs), dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid, van de Opiumwet, binnen of buiten het grondgebied van Nederland te brengen, te telen, te bereiden, te bewerken, te verwerken, te verkopen, af te leveren, te verstrekken of te vervoeren, aanwezig te hebben en te vervaardigen.
Voor de bestuursrechtelijke handhaving van deze verboden, is artikel 13b in de Opiumwet (Wet Damocles) opgenomen. Op grond van artikel 13b, eerste lid, van de Opiumwet, in combinatie met artikel 172, 174a en 175 van de Gemeentewet, is de burgemeester bevoegd tot het opleggen van een last onder bestuursdwang als in woningen of lokalen drugs worden verkocht, afgeleverd of verstrekt dan wel daartoe aanwezig zijn. Deze last onder bestuursdwang kan het bevel van de burgemeester inhouden om de woning, het erf en/of het lokaal te sluiten.
Sinds 1 januari 2019 komt de burgemeester dezelfde bevoegdheid toe als in een woning of lokaal geen drugs worden aangetroffen (noch verkocht, afgeleverd of verstrekt), maar er wel voorwerpen of stoffen aanwezig zijn die duidelijk bestemd zijn voor het telen of bereiden van drugs, zoals in een drugslaboratorium of hennepkwekerij. Dit betreffen zogenoemde voorbereidingshandelingen als bedoeld in artikel 13b, eerste lid, aanhef en onder b, van de Opiumwet.
Artikel 13b van de Opiumwet is erop gericht de uit het drugsgebruik voortvloeiende risico’s voor de volksgezondheid te voorkomen en te beheersen en de nadelige effecten van de productie en distributie van, handel in en het gebruik van drugs op het openbare leven en andere lokale omstandigheden tegen te gaan. Een op artikel 13b van de Opiumwet gebaseerd sluitingsbevel strekt tot uitoefening van bestuursdwang in de zin van artikel 5:21 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb). Het betreft in dit geval daarom een bestuurlijke sanctie met als doel overtredingen van de Opiumwet (definitief) te beëindigen en herhaling daarvan te voorkomen.2ABRvS 6 december 2017, ECLI:NL:RVS:2017:3360. Het gaat dus om een (dreigende) aantasting van de openbare orde, die met het uitoefenen van deze bevoegdheid wordt beëindigd en/of voorkomen, dan wel wordt voorkomen dat die aantasting zich nogmaals voordoet.
Op grond van artikel 2:33 van de Algemene plaatselijke verordening gemeente Waadhoeke 2019 (hierna: Apv Waadhoeke) is het verboden om aan de weg post te vatten of zich daar heen en weer te bewegen en zich op of aan wegen in of op een voertuig te bevinden of daarmee rond te rijden, met het kennelijke doel om middelen als bedoeld in artikel 2 en 3 van de Opiumwet, of daarop gelijkende waar, al dan niet tegen betaling af te leveren, aan te bieden of te verwerven, daarbij behulpzaam te zijn of daarin te bemiddelen. De burgemeester beschikt ingevolge artikel 125, derde lid, van de Gemeentewet en artikel 5:32 van de Awb over de bevoegdheid om aan overtreders van artikel 2:33 van de Apv Waadhoeke een last onder dwangsom op te leggen.
Hoofdstuk 1.
Artikel 1.1
Bevoegdheid
Onderdeel van Beleidsregels bestuurlijke handhaving drugscriminaliteit gemeente Waadhoeke