Voor al dan niet voor publiek toegankelijke lokalen geldt het uitgangspunt van eerst waarschuwen niet. Ook als een woning niet feitelijk voor bewoning wordt gebruikt geldt het voorgaande uitgangspunt niet. Daarom wordt in deze beleidsregels op niet-bewoonde woningen hetzelfde regime toegepast als op lokalen. Omgekeerd kan een lokaal als woning worden aangemerkt als daarin feitelijk wordt gewoond, afgeleid uit alle omstandigheden van het geval. In dat geval wordt op het betreffende lokaal het regime toegepast dat geldt voor woningen.14O.a. ABRvS 6 mei 2015, ECLI:NL:RVS:2015:1447.
De vraag of een pand daadwerkelijk als woning of lokaal in gebruik is, wordt per geval beoordeeld aan de hand van alle relevante feiten en omstandigheden. Dat sprake is van een woning wordt in beginsel aangenomen als een pand ten tijde van de constatering van de overtreding kan worden aangemerkt als de plaats waar een persoon zijn private huishoudelijke leven leidt. Dit wordt niet zonder meer bepaald door uiterlijke kenmerken, zoals de bouw of aanwezigheid van een bed en andere huisraad, maar ook door de daadwerkelijk, feitelijk daaraan gegeven bestemming. Een persoon die incidenteel overnacht in een pand wordt nog niet aangemerkt als bewoner en een pand is daarmee ook nog geen woning. Een inschrijving in de Basisregistratie Personen is een indicatie voor bewoning, maar hoeft niet doorslaggevend te zijn. Soms kan er sprake zijn van schijnbewoning, bijvoorbeeld als bewoning wordt gesimuleerd door het plaatsen van wat schaars meubilair of kleding. Gebruik voor woondoeleinden met een meer dan incidenteel karakter is dan niet aannemelijk, zodat in deze gevallen niet wordt aangenomen dat sprake is van een woning.
Hoofdstuk 5.
Artikel 5.2
Lokalen en niet feitelijk voor bewoning gebruikte woningen
Onderdeel van Beleidsregels bestuurlijke handhaving drugscriminaliteit gemeente Waadhoeke