De bevoegdheid van de burgemeester tot toepassing van artikel 13b van de Opiumwet is een discretionaire bevoegdheid. Dit betekent dat het gebruik ervan geen verplichting is. Dat de bevoegdheid als zodanig bestaat, wil daarmee niet zeggen dat deze wordt toegepast. Zoals in de inleiding van deze beleidsregels toegelicht, dient de burgemeester in dit verband alle omstandigheden van het geval tegen elkaar af te wegen. Dat geldt ook voor omstandigheden die bij het opstellen van beleidsregels zijn verdisconteerd, dan wel moeten worden geacht te zijn verdisconteerd. De burgemeester dient in zijn beoordeling te bezien of er omstandigheden zijn die op zichzelf dan wel tezamen met andere omstandigheden, moeten worden aangemerkt als bijzondere omstandigheden in de zin van artikel 4:84 van de Awb, die maken dat het handelen overeenkomstig de beleidsregels gevolgen heeft die onevenredig zijn in verhouding tot de met de beleidsregels te dienen doelen.15ABRvS 26 oktober 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2840. De Afdeling verlangt maatwerk van de burgemeester bij de individuele besluiten die worden genomen op grond van artikel 13b van de Opiumwet.16ABRvS 2 februari 2022, ECLI:NL:RVS:2022:285.
Voor de handhavende bevoegdheid op grond van artikel 2:33 van de Apv Waadhoeke geldt eveneens dat deze discretionair is. Voorgaande betekent dat ook bij de toepassing van deze bevoegdheid alle omstandigheden van het geval tegen elkaar af moeten worden gewogen.
Hoofdstuk 6.
Artikel 6.1
Discretionaire bevoegdheid
Onderdeel van Beleidsregels bestuurlijke handhaving drugscriminaliteit gemeente Waadhoeke