1.. Het doel van de melding is om de hulpvraag te bespreken en te onderzoeken of er hulp nodig is. De gemeente nodigt de inwoner uit voor een gesprek met een medewerker van de gemeente. De gemeente geeft aan waarover het gesprek gaat. Na overleg met de inwoner bepaalt de gemeente waar en wanneer het gesprek zal zijn en welke gegevens de inwoner moet meenemen. Het gesprek kan bij de inwoner thuis zijn, als dit belangrijk is voor de hulpvraag.

2.. De gemeente informeert de inwoner over de gratis hulp die een cliëntondersteuner kan geven.

3.. De inwoner kan zelf een plan opstellen waarin de inwoner uitlegt hoe zijn persoonlijke situatie is. In dat plan geeft de inwoner ook aan wat te willen bereiken met de vraag (dat plan heet een persoonlijk plan of een familiegroepsplan). De gemeente informeert de inwoner over die mogelijkheid. De inwoner krijgt de gelegenheid om na de melding binnen 7 dagen een persoonlijk plan in te leveren bij Voormekaar. De termijn van 7 dagen geldt niet voor jeugdhulp.

4.. Het kan zijn dat het niet nodig is om verder in gesprek te gaan. De gemeente overlegt hierover met de inwoner die de hulpvraag heeft gesteld.