**1..** De verantwoording en vaststelling van de subsidie voor peuteropvang en ve vindt per kalenderjaar plaats op basis van een inhoudelijke verantwoording zoals beschreven in artikel 8, lid 3, sub j. en op basis van de financiële verantwoording genoemd in het tweede lid.
**2..** Kinderopvangorganisaties leveren iedere 3 maanden een financiële rapportage aan de gemeente over de gerealiseerde peuterplaatsen, op basis van het aantal contracturen per werkelijk gecontracteerde peuterplaats regulier en ve, het werkelijk gehanteerde uurtarief, de totaal in rekening gebrachte ouderbijdragen, het door het college vastgestelde subsidietarief en het aantal in het voorgaande kalenderjaar in het LRK geregistreerde ve-locaties. De vier kwartaalrapportagens tezamen vormen de totale financiële jaarverantwoording behorende bij de inhoudelijke subsidieverantwoording zoals genoemd in het eerste lid.
**3..** De vaststelling en verantwoording van de aanvullende locatiegebonden subsidie voor ve-locaties vindt plaats op basis van de wettelijke eisen uit het 'Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie' en de inhoudelijke verantwoording zoals beschreven in artikel 8 lid 3 sub j.
**4..** Indien bij de vaststelling van de subsidie blijkt dat er sprake is van minder gecontracteerde ve- of reguliere peuterplaatsen dan wel minder gecertificeerde ve-locaties, dan wordt het te veel aan verleende subsidie teruggevorderd.
**5..** Indien de aanvraag tot subsidievaststelling per kinderopvangorganisatie een subsidiebedrag hoger dan € 50.000 betreft, dan wordt er bij de subsidieverantwoording tevens een accountantsverklaring aangeleverd.
**6..** Het college ontvangt de verantwoording en aanvraag voor vaststelling uiterlijk tien weken na het aflopen van het jaar waarin de subsidie is verstrekt.
Artikel 6
Verantwoording en vaststelling subsidie
Onderdeel van Verordening Voorschoolse Educatie en Peuteropvang 2023