Dit hoofdstuk geeft een voorstel voor de ambities en strategische beleidsdoelen voor het domein water voor in de omgevingsvisie en voorbeelden voor maatregelen in een programma. Hierbij wordt de koppeling gelegd met de hoofdthema’s van de omgevingsvisie, namelijk een gezonde en veilige leefomgeving en een aantrekkelijke woon- en leefomgeving en vestigingsklimaat. In bijlage A geeft een doelenboom het overzicht van deze ambities en strategische beleidsdoelen.
Gezonde en veilige leefomgeving
Voorkomen contact met afvalwater
Ten behoeve van een gezonde en veilige leefomgeving streven we naar het zo veel mogelijk voorkomen van het contact met afvalwater. Om dit te bereiken hanteert de gemeente een aantal leidende principes:
Scheiden van vuilwater en schoonwater: Zo blijft schoon water schoon en vinden overstorten minder vaak plaats, zodat water op straat bij hevige regen minder is vervuild.
Aansluiten van alle percelen op afvalwaterriolering of een andere publieke of private voorziening, zoals een publieke (door gemeente) of private (door lozer) IBA, die ervoor zorgt dat er geen ongezuiverd afvalwater in het milieu terecht komt (risicobeperking van ziekteverwekkers).
Voorbeeld maatregelen voor in het programma
Om deze doelen te bereiken kunnen de volgende maatregelen worden geformuleerd:
Vergroten van het inzicht in het functioneren van de waterketen door het uitvoeren van een pilot gericht op gezamenlijk meten en monitoren in de waterketen.
Slimmer sturen, zodat de emissies in de gehele keten zo laag mogelijk zijn.
Aantrekkelijke woon- en leefomgeving en vestigingsklimaat
Aanpassen aan klimaatverandering
We streven naar een leefbare omgeving, waarin de negatieve gevolgen van klimaatverandering zo veel mogelijk worden beperkt. Dat betekent dat:
In 2050 is de gemeente klimaatrobuust is ingericht.
Maatschappelijke ontwrichting en schade aan gebouwen en hoofdinfrastructuur en vitale functies als gevolg van extreme weersomstandigheden zoveel mogelijk wordt beperkt.
Droogteschade aan openbaar groen, natuur en landbouw wordt beperkt.
Voldoende schoon drinkwater beschikbaar is.
Hittestress wordt beperkt.
Gevolgen van overstromingen worden beperkt.
Klimaatmaatregelen worden benut voor verbetering van de ruimtelijke kwaliteit.
Meer concreet betekent dit:
Water wordt zo veel mogelijk lokaal vastgehouden en water in beken en sloten wordt vertraagd afgevoerd.
Bij een korte hevige bui van bijv. 70 mm/u treedt in geen enkele kern schade op als gevolg van wateroverlast door inundatie van het oppervlaktewater. Wateroverlast in de zin van water op straat, waarbij geen directe schade optreedt, is wel acceptabel net als tijdelijke hinder.
Een groot deel van de neerslag (bijv. 50 mm) van een korte hevige bui (70 mm/u) wordt op privaat terrein opgevangen en vertraagd afgevoerd.
Hitte in bebouwd gebied wordt beperkt door creëren van schaduwwerking en gebruik van de juiste bouwmaterialen.
40% van het oppervlak van gebouwen heeft een gevoelstemperatuur van < 29 °C op een warme zomerdag.
Om dit te bereiken werken we aan klimaatbestendige inrichting van de publieke (openbare) en private buitenruimte en het watersysteem. Hiervoor hanteren gemeenten en het waterschap een aantal leidende principes:
Relevante fysieke veranderingen worden benut om klimaatbestendige maatregelen te nemen. Dat geldt voor projecten van de gemeente, het waterschap, en voor projecten van anderen: inwoners, (agrarische) bedrijven, woningcorporaties, terreinbeheerder en maatschappelijke organisatie. Dat betekent dat onderhoudscycli van infrastructuur, riolering, groen en gebouwen worden benut.
Bij specifieke knelpunten nemen wij versneld klimaatadaptieve maatregelen.
Regenwater wordt hier zo veel mogelijk lokaal verwerkt of afgevoerd naar een plek waar dat kan.
We voorkomen afwenteling van water door het hanteren van de voorkeursvolgorde ‘vasthouden – bergen – afvoeren’.
We zetten ons in om het grondwater zoveel mogelijk aan te vullen tot een aanvaardbaar niveau.
In bebouwde gebied leggen we meer groen aan om de sponswerking en leefbaarheid van het gebied te vergroten.
We verminderen hitte in bebouwd gebied door het creëren van schaduwwerking en het gebruik van juiste bouwmaterialen.
We maken ruimte voor water en groen bij ontwikkelingen, zowel in het buitengebied als in gebouwd gebied.
Bij afvoersituaties die één keer per jaar voorkomen moeten de overstorten in stedelijk gebied vrij kunnen blijven afwateren. Bij hogere afvoeren zal de overstort (nooduitlaatklep) van het riool tijdelijk via een aanwezige klepconstructie afgesloten moeten worden.
De betrokkenheid van inwoners, bedrijven en belangenorganisaties is essentieel om te komen tot een doelmatige en klimaatbestendige waterketen en watersysteem. Gemeente Buren streeft naar een intensieve samenwerking en een actieve rol van inwoners en (agrarische)bedrijven, zodat zij zich bewust zijn van het aanpassen aan klimaatverandering en zelf daar waar mogelijk maatregelen nemen.
Voorbeelden van maatregelen voor in het programma
Om de negatieve gevolgen van klimaatverandering te beperken kunnen de volgende maatregelen worden geformuleerd:
Kwetsbaarheid in beeld brengen door middel van een gebiedsdekkende stresstest gericht op de blootstelling voor wateroverlast (door zowel hoosbuien als langdurige regen), hittestress, droogte en overstromingen. Hierbij gaan wij uit van de standaarden van het Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie[1].
De begrippen klimaatrobuust, voldoende en aanvaardbaar zullen in het programma moeten worden uitgewerkt, bijvoorbeeld in de vorm van een afwegingskader.
Voeren van een risicodialoog met alle relevante gebiedspartners ten behoeve van het vergroten van het bewustzijn over de kwetsbaarheid voor weersextremen, de mate waarin wij overlast accepteren en vervolgens het beperken van deze kwetsbaarheid met concrete maatregelen.
Opstellen van een uitvoeringsagenda op basis van de stresstest en de risicodialoog. Hierin staan afspraken over wie wat gaat doen op welke termijn.
Gemeenten en waterschapen verkennen de mogelijkheden van een gezamenlijk stimuleringsprogramma om private initiatieven voor ruimtelijke adaptatie op een eenduidige manier te stimuleren.
Naast de mogelijkheid van subsidies verkennen gemeenten en het waterschap ook gezamenlijk de mogelijkheden van het aanpassen van het tariefsysteem van de rioolheffing, zodat een financiële prikkel ontstaat om anders om te gaan met regenwater.
Het borgen van ruimtelijke adaptatie in (praktijk)richtlijnen voor stedelijk water, openbare ruimte en groen en bouw, met aandacht voor planvorming, uitvoering, inkoop en beheer in de eigen organisaties.
Om woongebieden te beschermen tegen wateroverlast, verdroging en hittestress worden wijken vergroend waar het ruimtebeslag op de openbare ruimte dit toe laat (conform leidende principe omgevingsvisie).
In nieuwe woonwijken of bedrijventerreinen wordt het hemelwater gescheiden ingezameld.
Bij nieuwbouwlocaties geldt het uitgangspunt van ‘waterrobuust’ en `klimaatbestendig’ ontwikkelen[2] en wordt binnen de plangrenzen een bergingsvoorziening aangelegd en de ‘sponswerking’ van de ondergrond benut door het hemelwater zoveel mogelijk te laten infiltreren.
Bij elk herstructureringsproject en groot onderhoud van bestaande straten/wijken wordt beoordeeld in hoeverre het verharde oppervlak afgekoppeld kan worden en in de bodem geïnfiltreerd of op het oppervlaktewater kan worden geloosd (kleigebieden) rekening houdend met de KRW-doelstellingen.
Het verwerken van (regen)water wordt structureel onderdeel in de plannen van de groen- en wegbeheerders (inclusief de relatie met de ondergrond).
Bij ruimtelijke plannen en projecten wordt samen met het waterschap een watertoetsproces (gericht op de ontwerpeisen) doorlopen, waarin de bovenstaande maatregelen worden betrokken (watertoets door ontwikkelen naar ‘klimaattoets’).
Gezamenlijk met het waterschap een calamiteitenplan uitwerken, inclusief een draaiboek hoosbuien uit. Hiermee verkennen zij hoe zij zelf kunnen bijdragen aan de schadebeperking vlak voor, tijdens en na afloop van een calamiteit, via communicatie, beheer en onderhoud.
De gemeente betrekt bewoners en belangengroepen tijdig bij planvorming én gaan na welke partijen bij kunnen dragen in het beheer.
Gemeenten en waterschap stemmen lozingsregels op elkaar af, zodat er een eenduidig beeld ontstaat over wat wel en wat niet mag worden geloosd.
Vervolgens communiceren gemeenten en waterschap over deze lozingsregels richting inwoners en bedrijven.
Bijdrage aan de energietransitie
Ten behoeve van de leefbaarheid en de actuele klimaatdoelen streven we naar het leveren van een bijdrage aan de energietransitie in de vorm van het winnen van energie uit de afvalwaterketen en energie uit grond- en oppervlaktewater.
Voorbeelden van maatregelen voor in het programma
Uitwerken pilot Aquathermie en Riothermie.
Een ecologisch gezond en natuurlijk (grond)watersysteem
In ons streven naar een gezonde leefomgeving dragen wij als gemeente bij aan een watersysteem van goede kwaliteit. Een watersysteem van goede kwaliteit draagt bij aan natuurontwikkeling, landschap en recreatie. Wij richten ons op:
Het behalen van de KRW-doelen voor KRW-waterlichamen in 2027.
Waterkwaliteit laten aansluiten op functie (zwemwater, vaarwater, viswater).
Het zo veel mogelijk beperken van emissie uit de afvalwaterketen naar het oppervlaktewater.
Het streven naar doelmatig beheer van de afvalwaterketen.
Het zo optimaal mogelijk functioneren van de zuivering.
De gemeente heeft zelf een beperkte invloed op het behalen van KRW-doelen. Veel maatregelen worden genomen door het waterschap en andere gebiedspartners. Als gemeente en waterschap doe je wat je kunt, maar tegelijkertijd zijn er bronnen van invloed op de waterkwaliteit waar je als lokale overheid slechts een beperkte invloed op hebt (bijvoorbeeld de invloed vanuit de landbouw).
Om deze doelen te bereiken worden kansen gezien in het koppelen van de waterkwaliteitsdoelen aan andere gebiedsfuncties, zoals landbouw, natuur en recreatie. Dit kan door het toepassen van de volgende leidende principes:
Het scheiden van vuilwater en schoonwater, zodat overstorten minder vaak plaatsvinden en de impact van overstorten op de waterkwaliteit kleiner is.
Overstorten en gemalen plaatsen waar deze een zo laag mogelijk effect hebben op de waterkwaliteit.
Het voorkomen van stilstaand water.
Aandacht voor foute aansluiten op de riolering (afvalwaterriool aangesloten op het regenwaterriool).
Vervuiling bij de bron aanpakken.
Toepassen best mogelijke techniek op RWZI/IBA en bij transport afvalwater.
Toepassen van het principe: de vervuiler/initiatiefnemer betaalt.
Voorbeeld maatregelen voor in het programma
Maatregelen om de waterkwaliteit in stand te houden of te verbeteren, zijn:
Slimmer sturen zodat de emissies vanuit de gehele afvalwaterketen zo laag mogelijk zijn.
Het opstellen van een afwegingskader, waarin een heldere afweging wordt gemaakt of water geloosd mag worden op het oppervlaktewater of dat het water eerst gezuiverd dient te worden.
Het afstemmen van lozingsregels tussen waterschap en gemeenten.
Communiceren over lozingsregels.
Stimuleren van het inleveren van medicijnen, zodat deze niet worden geloosd via het riool.
Opstellen regelgeving over de aanleg en het gebruik van warmtepompen en WKO-systemen.
[1] https://ruimtelijkeadaptatie.nl/stresstest/bijsluiter/
[2] Mede gebaseerd op de Deltabeslissing Ruimtelijke Adaptatie (o.a. in 2020 maakt het waterrobuust en klimaatbestendig inrichten van de fysieke leefomgeving onderdeel uit van het beleid en handelen van o.a. gemeenten en waterschappen).
Artikel 1.3.2
Strategische beleidsdoelen en maatregelen
Onderdeel van Beheerplan riolering en gemalen gemeente Buren