Aan een vergunning worden in elk geval de volgende verplichtingen verbonden ten aanzien van een evenredige verdeling van voertuigen:
De vergunninghouder borgt de aanwezigheid van deelvoertuigen binnen het kernservicegebied en zorgt daarom dat er (na de aanloopperiode) te allen tijde 33% van het verleende aantal voertuigen aanwezig is (rijdend of geparkeerd) en zorgt voor aanvulling van voertuigen indien nodig, en;
De vergunninghouder borgt een evenredige verdeling van de voertuigen binnen de gemeentegrenzen en zorgt voor herverdeling van voertuigen indien nodig en volgt hierbij aanwijzingen van het college op.
Hoofdstuk 5
Artikel 5.6
Verplichtingen ten aanzien van een evenredige verdeling van deelvoertuigen
Onderdeel van Nadere regels Deelmobiliteit