1. Het college kan de voorzieningen, bedoeld in artikel 4, 5, 6 en 8 zowel aanbieden aan personen die behoren tot de doelgroep met een korte afstand- als met een grote afstand tot de arbeidsmarkt.
2. Het college houdt bij het aanbieden van de in deze verordening opgenomen voorzieningen rekening met de omstandigheden en functionele beperkingen van een persoon. De omstandigheden hebben in ieder geval betrekking op zorgtaken van die persoon en de mogelijkheid dat hij behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie of gebruik maakt van de voorziening beschut werk. Onder zorgtaken wordt in ieder geval verstaan:
a. de opvang van ten laste komende kinderen tot vijf jaar; en
b. de noodzakelijkheid van het verrichten van mantelzorg.
3. Het college zendt tweejaarlijks aan de gemeenteraad een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze verordening in de praktijk. Het verslag bevat in ieder geval het oordeel van de Adviesraad Sociaal Domein.
4. Het college verzamelt voor het verslag systematisch informatie over:
a. de aard en omvang van het bijstandsbestand;
b. de inzet van beschut werk;
c. de inzet van loonkostensubsidies;
d. de inzet van jobcoaches; en
e. uitstroom naar regulier werk zonder ondersteuning.