Naar hoofdinhoud

Artikel 6

Maatstaf van heffing

Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van rioolheffing 2024

1. De heffing als bedoeld in artikel 3, eerste lid, tweede lid en derde lid wordt geheven naar een vast bedrag per perceel. 2. De belasting als bedoeld in artikel 3, vijfde lid, wordt geheven naar het aantal kubieke meters afvalwater dat vanuit het eigendom wordt afgevoerd. 3. Het aantal kubieke meters afvalwater wordt gesteld op het aantal kubieke meters water dat in de laatst aan het belastingtijdvak voorafgaande afrekenperiode van Brabant Water naar het perceel is toegevoerd of is opgepompt. Ingeval de verbruiksperiode niet gelijk is aan een periode van twaalf maanden, wordt de hoeveelheid water door herleiding naar tijdsgelang bepaald. Bij de herleiding wordt het verbruik bepaalt over een periode van 365 dagen. 4. Ingeval gebruik wordt gemaakt van een pompinstallatie moet die pompinstallatie zijn voorzien van een: a. watermeter, waarvan de hoeveelheid opgepompt water kan worden afgelezen, of b. bedrijfsurenteller, waarvan het aantal uren dat een pompinstallatie met vaste capaciteit in bedrijf is geweest kan worden afgelezen. De eerste volzin is niet van toepassing indien vaststelling van de hoeveelheid opgepompt water geschiedt op grond van enige andere wettelijke bepaling. 5. Voor zover de gegevens, als bedoeld in het tweede lid van dit artikel niet bekend zijn, wordt het waterverbruik door de in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet bedoelde ambtenaar vastgesteld op basis van een schatting naar het tarief als bedoeld in artikel 7, lid 4, onderdeel a. 6. De op de voet van het derde lid berekende hoeveelheid toegevoerd of opgepompt water wordt verminderd met de hoeveelheid water die niet als afvalwater is afgevoerd indien en voor zover dit is aangetoond door de gebruiker. 7. Ten aanzien van de percelen, die geregistreerd staan als "agrarische percelen" en waarvan voor aanvang van het kalenderjaar schriftelijk kenbaar is gemaakt geen bedrijfsafvalwater wordt afgevoerd middels de gemeentelijke riolering, wordt bepaald dat bij de heffing wordt uitgegaan van een forfaitaire hoeveelheid geloosd water per tijdvak. De hoogte van het forfait wordt berekend naar het tarief als bedoeld in artikel 7, lid 4, onderdeel c. 8. Voor zover er bij percelen alleen sprake is van afvoer van hemelwater wordt het tarief gehanteerd zoals vermeld in artikel 7 lid 4, onderdeel a van deze verordening.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel