• - De directeur betrekt bij de uitoefening van de aan hem opgedragen bevoegdheden de relevante door de gemeenteraad vastgestelde kaders alsmede het door burgemeester en wethouders vastgestelde beleid.
  • - Burgemeester en wethouders zorgen ervoor dat de directeur over alle benodigde informatie noodzakelijk voor de uitvoering van het in het eerste lid bepaalde kan beschikken.
  • - Bij voorgenomen nieuw beleid of beleidswijzigingen vindt afstemming plaats tussen burgemeester en wethouders en de Omgevingsdienst Midden-Holland.