Deze beleidsregel verstaat onder:
Achterdakvlak: een hellend dakvlak dat zich aan de achterzijde van een pand bevindt;
Achterzijde van een pand: De achterzijde van een pand wordt bepaald door de ligging van de voorzijde. De achterzijde is de zijde die geen voorzijde of zijkant is, en niet direct is verbonden met de voorzijde. Als deze definitie in uitzonderlijke gevallen niet opgaat, zoals bij panden met een ronde of driehoekige plattegrond, geldt dat er voor deze beleidsregel geen sprake is van een achterzijde;
Beschermd monument: een gebouwd monument dat door de gemeente is aangewezen op grond van de Verordening Erfgoed (gemeentelijke monument) of door het rijk is aangewezen op grond van de Erfgoedwet (rijksmonument);
Legplan: een tekening, op schaal en voorzien van maatvoering, van het dakvlak of de dakvlakken inclusief eventuele obstakels zoals een schoorsteen, rookgasafvoerpijp, dakraam of dakkapel, waarop in de juiste afmetingen, verhoudingen en kleuren te zien is hoe de initiatiefnemer de zonnepanelen op het dak wil aanbrengen;
Openbaar toegankelijk gebied: wegen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Besluit bouwwerken leefomgeving – geconsolideerde Staatsbladversie 170 Wegenverkeerswet 1994, en pleinen, parken, plantsoenen, openbaar vaarwater en ander openbaar gebied dat voor publiek algemeen toegankelijk is, met uitzondering van wegen alleen bedoeld voor de ontsluiting van percelen door langzaam verkeer;
Pand: hoofdgebouw en bijgebouwen op betreffend perceel;
Plat dak: een, bij benadering, horizontaal dakvlak;
Reversibiliteit: in de erfgoedzorg betekent reversibiliteit dat een toevoeging aan een monument ongedaan kan worden gemaakt zonder dat daarbij cultuurhistorisch waardevol materiaal verloren is gegaan;
Rijksbeschermd stads- of dorpsgezicht: een gebied dat vóór 1 januari 2024 door het rijk als beschermd stads- of dorpsgezicht is aangewezen op grond van de Monumentenwet 1988, of vanaf 1 januari 2024 op grond van artikel 2.34, vierde lid, van de Omgevingswet;
Voordakvlak: een hellend dakvlak dat zich aan de voorzijde van een pand bevindt.
Voorgevelrooilijn: deze beleidsregel houdt de definitie van de voorgevelrooilijn aan zoals die in het omgevingsplan omschreven staat: een lijn die wordt bepaald door de naar het openbaar toegankelijk gebied, zoals de weg, openbaar groen of water, gekeerde gevel of het verlengde daarvan, van een hoofdgebouw;
Voorzijde van een pand: Wat de voorzijde van een pand is, wordt bepaald door de voorgevelrooilijn. Als een pand twee voorgevelrooilijnen heeft, geldt de zijde waar de hoofdentree van het pand zich bevindt als voorzijde;
Zonnecollector: een paneel voor warmteopwekking uit zonne-energie, inclusief eventuele bijbehorende leidingen en bedrading. In deze beleidsregel valt een zonnecollector onder de noemer zonnepaneel;
Zonnepaneel: een paneel voor elektriciteitsopwekking uit zonne-energie, inclusief eventuele bijbehorende leidingen en bedrading. In deze beleidsregel valt onder de noemer zonnepaneel ook een zonnecollector;
Zijdakvlak: een hellend dakvlak dat zich aan de zijkant van een pand bevindt;
Zijkanten van een pand. De zijkanten van een pand, zijn de zijden die de achterzijde met de voorzijde verbinden.