Naar hoofdinhoud
Burgemeester en wethouders staan het aanbrengen van zonnepanelen in het zicht vanuit openbaar toegankelijk gebied op een voor- en zijdakvlak van een beschermd monument en van een pand in een rijksbeschermd stad- of dorpsgezicht toe, mits: het aantoonbaar niet mogelijk is om een evenredige energieopbrengst te behalen met het aanbrengen van zonnepanelen op het pand uitsluitend uit het zicht van openbaar toegankelijk gebied, op een plat dak en/of op een achterdakvlak dat niet naar openbaar toegankelijk gebied is gekeerd; de hellingshoek van de zonnepanelen gelijk is aan de hellingshoek van het dakvlak; de zonnepanelen worden aangebracht direct in of op het dakvlak, waarbij aanbrengen in het dakvlak uitsluitend wordt toegestaan als het gaat om een pand dat geen beschermd monument is; de installatie voor het omzetten van de opgewekte elektriciteit (of voor het opslaan van het water) aan de binnenzijde wordt aangebracht, voor zover deze installatie niet één geheel vormt met de panelen; er wordt voldaan aan artikel 4; benodigde kabels, leidingen en/of doorvoeren onopvallend worden aangebracht; de zonnepanelen op zo’n manier worden aangebracht dat de karakteristieken van het dak goed herkenbaar blijven. Er geldt daarbij een afstand van ten minste 50 centimeter tot de nok, 30 centimeter tot de goot, dakrand en hoekkeper van het dakvlak, en in het geval van een gedeeld dak 30 centimeter tot de erfgrens; het ontwerp van het legplan blijk geeft van een rustig ogend legpatroon, bijvoorbeeld (niet limitatief) een rechthoek of een vierkant, waarbij rekening wordt gehouden met de totale compositie van het dak; de vanaf het openbaar toegankelijk gebied zichtbare onderdelen van de panelen in hun geheel in één kleur zijn uitgevoerd, dus zonder storende patronen of randen in een afwijkende kleur; de kleur van de panelen (bij benadering) overeenkomt met de kleur van het dakvlak; de oppervlaktetextuur van de panelen (glanzend of mat) is afgestemd op de oppervlaktetextuur van de dakbedekking; in geval van seriematig ontworpen bouwblokken en/of -rijen de zonnepanelen op zo’n manier in een legpatroon en kleur worden aangebracht, dat er niet in ernstige mate afbreuk wordt gedaan aan het visuele seriematige karakter van de dakvlakken van deze bouwblokken en/of -rijen; er geen sprake is van een dakvlak: met een uitzonderlijke vorm zoals bij ronde, bijzonder spitse of veelhoekige daken; van bijzondere of kwetsbare materialen zoals (niet limitatief) riet, lood, koper en zeldzame typen dakpannen; of met een decoratief patroon; er geen sprake is van een bijzondere zichtlocatie en/of een bijzonder hoge dichtheid van beschermde monumenten in de directe omgeving van het pand, waar het aanbrengen van zonnepanelen, ondanks een zorgvuldig ontworpen legplan, een onevenredig negatief effect heeft op de cultuurhistorische beeldkwaliteit. Dit kan bijvoorbeeld (niet limitatief) het geval zijn op een belangrijke zichtas binnen een beschermd stads- of dorpsgezicht.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel