1.. Bij de uitoefening van de bevoegdheden waarvoor in dit besluit mandaat verleend is, worden de volgende kaders in acht genomen:

2.. Voorafgaand aan de uitoefening van een bevoegdheid waarvoor in dit besluit mandaat verleend is, wordt overlegd met de gemeente, indien:

  • - de uitoefening in afwijking zou zijn van het bepaalde in het eerste lid;
  • - de uitoefening naar verwachting politieke of maatschappelijke gevolgen kan hebben; of
  • - voorzien wordt dat zij tot aansprakelijkstelling of anderszins aanspreken van de gemeente zal leiden.