**1..** Het onderzoek betreffende de bodemgesteldheid als bedoeld in het Aanvullingsbesluit bodem bestaat uit:
de resultaten van een recent en standaard vooronderzoek verricht volgens de vigerende NEN 5725;
indien op basis van het vooronderzoek aanleiding bestaat te veronderstellen dat er een bodemverontreiniging aanwezig is, worden tevens ingediend de resultaten van een recent milieuhygiënisch verkennend bodemonderzoek verricht volgens de vigerende NEN 5740;
indien op basis van het milieuhygiënisch verkennend bodemonderzoek een vermoeden bestaat dat er sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging, worden tevens ingediend de resultaten van een nader onderzoek, verricht volgens de vigerende NTA 5755
indien op basis van het vooronderzoek aanleiding bestaat te veronderstellen dat asbest, daaronder mede begrepen asbestvezels, -deeltjes of stof, in de bodem aanwezig is, vindt het onderzoek mede plaats op de wijze als voorzien in de vigerende NEN 5707.
**2..** De plicht tot het indienen van een onderzoeksrapport als bedoeld in paragraaf § 5.2.2 Voorafgaand bodemonderzoek Besluit activiteiten leefomgeving geldt niet indien het bouwen betrekking heeft op een bouwwerk dat naar aard en omvang gelijk is aan een bouwwerk als genoemd in het Besluit bouwwerken leefomgeving artikelen 2.27 en 2.29. Deze verwijzing geldt niet voor de hoogtebepalingen in het Besluit bouwwerken leefomgeving artikelen 2.27 en 2.29.
**3..** Het college staat een geheel of gedeeltelijk afwijken van de plicht tot het indienen van een onderzoeksrapport bedoeld in paragraaf § 5.2.2 Voorafgaand bodemonderzoek Besluit activiteiten leefomgeving toe, indien bij het college reeds bruikbare recente onderzoeksresultaten beschikbaar zijn.
**4..** Het college kan gedeeltelijk afwijken van de plicht tot het indienen van een onderzoeksrapport als bedoeld in paragraaf § 5.2.2 Voorafgaand bodemonderzoek Besluit activiteiten leefomgeving toestaan voor een bouwwerk met een beperkte instandhoudingstermijn, als bedoeld in artikel 5.36 van de Omgevingswet, indien uit het in NEN 5725 bedoelde vooronderzoek naar het historisch gebruik en naar de bodemgesteldheid blijkt, dat de locatie onverdacht is dan wel de gerezen verdenkingen een volledig veldonderzoek volgens NEN 5740 niet rechtvaardigen.
**5..** Indien het bouwen pas kan plaatsvinden nadat de aanwezige bouwwerken zijn gesloopt, dient het bodemonderzoek plaats te vinden nadat is gesloopt en voordat met de bouw wordt begonnen.
**6..** Bodemonderzoeken dienen geheel overeenkomstig vastgestelde protocollen en NEN normen en overeenkomstig hoofdstuk 2 uit het Besluit bodemkwaliteit te worden uitgevoerd. De onderzoeksbureaus moeten in het bezit zijn van een erkenning op grond van het Besluit bodemkwaliteit. Niet van toepassing is het bepaalde in dit lid onderzoeken van voor 1 juli 2007. De rapportage moet als volgt worden ingediend:
een papieren rapportage
een digitaal exemplaar in pdf-bestand
een digitaal exemplaar in SIKB-0101 xml-bestand.
Hoofdstuk 3 › § 3.4.2.
Artikel 3.85
Bodemonderzoek
Onderdeel van Verordening fysieke leefomgeving Zuidplas 2023 Omgevingswet