1. De directeur OMWB kan ter uitoefening van een krachtens artikel 2, eerste lid, aan hem gemandateerde bevoegdheid schriftelijk ondermandaat verlenen aan onder hem ressorterende leidinggevende functionarissen.

2. Van ondermandaat zijn uitgesloten:

a. besluiten tot het aangaan van rechtsgedingen en van bezwaar- en beroepsprocedures;

b. besluiten tot het aanwijzen van toezichthouders;

c. besluiten tot het aanwijzen van personen tot vertegenwoordiging van de gemeente in rechte;

d. besluiten tot het opleggen of effectueren van een last onder bestuursdwang;

e. besluiten tot het gedogen van een geconstateerde overtreding;

f. besluiten tot het weigeren of intrekken van een vergunning of ontheffing, tenzij de toepasselijke regelgeving geen ruimte laat voor een andere beslissing of de intrekking geschiedt op verzoek van belanghebbende;

g. besluiten welke ertoe kunnen leiden dat de gemeente aansprakelijk worden gesteld;

h. besluiten op een bezwaarschrift.