Een cliënt kan in aanmerking komen voor een maatwerkvoorziening als een medewerker heeft vastgesteld dat er sprake is van belemmeringen in de zelfredzaamheid of participatie als gevolg van een beperking, van chronisch psychische en/of psychosociale problemen, en de belemmeringen niet in voldoende mate kunnen worden opgelost door:
de versterking van de eigen kracht,gebruikelijke hulp,
de inzet van het eigen netwerk of vrijwilligers,
gebruik te maken van een oplossing die voor de inwoner als algemeen gebruikelijk kan worden beschouwd,
gebruik te maken van voorliggende of algemene voorzieningen.
De medewerker besluit, indien de cliënt op een maatwerkvoorziening is aangewezen, tot de geschikte maatwerkvoorziening met de laagste prijs.
De medewerker kan een maatwerkvoorziening, anders dan in de vorm van dienstverlening, in bruikleen of in eigendom verstrekken.
Het college kan beleidsregels stellen over de methodiek en de procedure waarmee de noodzaak tot het bieden van een maatwerkvoorziening wordt vastgesteld.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2.3
Artikel 2.3.1
Algemene voorwaarden voor een maatwerkvoorziening
Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Utrecht 2024