Naar hoofdinhoud
Binnen de natte cel kunnen ergonomische belemmeringen optreden bij de volgende functies: a.. de toegankelijkheid; b.. de doorgankelijkheid; c.. de vloer; d.. het baden/douchen; e.. het gebruik van de wastafel; f.. het gebruik van de kranen. Toegankelijkheid In de meeste woningen is er een niveauverschil aanwezig tussen de gang/overloop en de natte cel, omdat veelal het leidingwerk op de verdiepingsvloer ligt en daaroverheen de douchevloer is gestort. Bij mensen die zich lopend verplaatsen kan het aanbrengen van een steunpunt voldoende zijn om dit niveauverschil te overbruggen. Bij mensen die voor het zich verplaatsen gebruikmaken van hulpmiddelen, zoals een rollator of een rolstoel, gaat de voorkeur uit naar een genivelleerde toegang (met vloer op afschot). In veel woningen is het echter niet mogelijk dit te realiseren of wordt dit een kostbare aangelegenheid. Het plaatsen van een schegstuk kan in sommige gevallen een oplossing zijn. In uitzonderlijke gevallen kan het noodzakelijk zijn uit te wijken naar het gebruik van een plafondlift. Doorgankelijkheid Bij rolstoelgebruik of het gebruik van een douchestoelzelfbeweger of douchestretcher/-brancard moet er voldoende ruimte zijn voor het manoeuvreren met de voorzieningen, de noodzakelijke hulp bij de verzorging en het eventueel gebruik van een tillift (verrijdbaar of aan het plafond gemonteerd). Uitgaande van het gebruik van een opklapbaar douchezitje aan de muur in combinatie met een toilet en wastafel in dezelfde ruimte wordt als richtlijn voor het totale vloeroppervlak een afmeting van minimaal 4,5 m² gehanteerd. Bij gebruik van een douchestretcher in combinatie met een tillift wordt een richtlijn gehanteerd van 6-7 m². De wijze van indeling van de natte cel is afhankelijk van de te verrichten handelingen door betrokkene of verzorgers. De vloer Er is een indicatie voor het aanpassen van de douchevloer a.. indien betrokkene geen niveauverschillen kan nemen; b.. er een verhoogd risico tot vallen is i.v.m. een verminderde loopfunctie, verminderde balans en/of een verminderde opvangreactie. De aanpassingen kunnen bestaan uit het nivelleren van de douchevloer. Hiervoor zijn verschillende opties aanwezig. De keuze voor een bepaalde optie wordt bepaald door de aard van de ergonomische belemmering en de bouwtechnische mogelijkheden. Ook is er een mogelijkheid de douchevloer (gedeeltelijk) antislip te maken. Het baden/douchen In het algemeen wordt ervan uitgegaan dat douchen de meest veilige en adequate manier van lichaamsreiniging is. Bij bepaalde aandoeningen kan een bad een heilzame werking hebben. Dit valt niet onder de compensatieplicht van de Wmo, omdat immers Wmo-voorzieningen niet bedoeld zijn om bepaalde gezondheidsklachten of ziekteverschijnselen te verminderen of te voorkomen. Baden worden daarom alleen via de Wmo verstrekt wanneer er een contra-indicatie bestaat voor het gebruik van een douche. De indicatie voor het gebruik van een bad is: a. er is sprake van een dermate sterke overgevoeligheid voor gevoelsprikkels dat de douchestraal niet wordt geaccepteerd. Bij een bestaande badkuip kan het in en uit bad stappen een probleem opleveren. In een dergelijke situatie wordt in eerste instantie bekeken of het gebruik van een badplank een veilige en adequate oplossing biedt; dit is overigens een algemeen gebruikelijke voorziening. Zo niet, dan is er een indicatie tot het aanbrengen van een douchevoorziening. Wanneer het hiervoor nodig is het bad te verwijderen, wordt bekeken of het bad oorspronkelijk in de woning thuishoorde. Is het bad door de cliënt zelf aangebracht of overgenomen van een vorige bewoner, dan wordt de cliënt geacht het bad zelf te verwijderen. Hiervoor is in dat geval in principe geen vergoeding vanuit de Wmo mogelijk. Ten gevolge van de aandoening kan het zijn dat de douchehandelingen: b. gedeeltelijk staand/zittend; c. geheel zittend; d. liggend uitgevoerd worden. Indien met name het staan de ergonomische belemmering is, kan bij het douchen worden volstaan met het plaatsen van een douchezitje aan de wan. Is er een zitvoorziening noodzakelijk in zowel de natte hoek als bij de wastafel en ingeval lopen moeizaam of niet mogelijk is, dan is een verplaatsbare douchestoel de meest adequate oplossing. Indien zitten niet mogelijk is, moet gedacht worden aan het gebruik van een douchebrancard. Afhankelijk van de uitgangshouding kan het noodzakelijk zijn de positie van kranen en ophangpunten voor de douchekop aan te passen. De wastafel De uitgangspositie van het uitvoeren van ADL-activiteiten aan de wastafel bepaalt of er voorzieningen aan de wastafel noodzakelijk zijn. Indien de activiteiten zittend uitgevoerd dienen te worden, moet de wastafel verlaagd geplaatst worden en dient de vorm van de onderzijde vlak te zijn. De afvoer dient geïsoleerd te zijn om eventuele verbranding te vermijden. Incidenteel wordt een hoog-laagwastafel verstrekt. Dit gebeurt als medebewoners gebruik moeten maken van de wastafel, waarbij een andere ergonomische uitgangshouding noodzakelijk is. Bij zittend gebruik wordt uitgegaan van het gebruik van een lange doorlopende spiegel tot aan de rand van de wastafel. Indien de activiteiten staande uitgevoerd worden, kan het noodzakelijk zijn extra steunpunten aan te brengen b.v. door middel van een wastafelbeugel. Voor mensen met een stoma kan het gebruik van een stomatoilettafel een uitkomst bieden. Kranen Indien kranen niet bedienbaar of niet veilig bedienbaar zijn vanwege: a.. een slechte arm/handfunctie, waardoor het open en dicht draaien van kranen met een draaiknop niet mogelijk is; b.. gevoelsstoornissen; c.. gedragsstoornissen, dan kan overgegaan worden tot het vervangen van deze kranen voor hendel(meng)kranen of thermisch begrensde kranen. Zowel hendel(meng)kranen als thermisch begrensde kranen worden als algemeen gebruikelijk beschouwd en in principe niet vergoed door de Wmo. Uitzondering in verband met de aanschafkosten vormen de kranen waarbij sprake is van een combinatie van een hendelkraan met een thermische begrenzing.

Rechtspraak bij dit artikel