Naar hoofdinhoud

Artikel 2.

Wettelijk kader gehandicaptenparkeren

Onderdeel van Nota Gehandicaptenparkeerplaatsenbeleid 2024-2028 gemeente Oisterwijk

2.1 Inleiding De gemeente Oisterwijk is verantwoordelijk voor het uitvoeren van de wettelijke bepalingen ten aanzien van gehandicaptenparkeerplaatsen. In de navolgende paragrafen wordt ingegaan op het wettelijke kader inzake gehandicaptenparkeerplaatsen. Omdat voor de toewijzing van een gereserveerde gehandicaptenparkeerplaats het toegekend zijn van een gehandicaptenparkeerkaart een belangrijke voorwaarde is, wordt in de eerste paragraaf kort ingegaan op gehandicaptenparkeerkaarten. 2.2 Gehandicaptenparkeerkaarten De wettelijke regels over het verstrekken en het gebruik van de gehandicaptenparkeerkaart zijn opgenomen in de artikelen 49 tot en met 55 van het Besluit Administratieve Bepalingen inzake het Wegverkeer (hierna: het BABW), de artikelen 85 en 86 van het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990 (hierna: RVV 1990) en de Ministeriële Regeling Gehandicaptenparkeerkaart d.d. 1 januari 2013 (hierna: Regeling Gehandicaptenparkeerkaart). 2.3 Gehandicaptenparkeerplaatsen Voor het realiseren van een gehandicaptenparkeerplaats moet behalve een wegmarkering (tegel) ook een paal met een verkeersbord worden geplaatst. Uit artikel 12 van het BABW volgt dat aan een dergelijke handeling een verkeersbesluit ten grondslag moet liggen. De bevoegdheid tot het nemen van een dergelijk verkeersbesluit ligt ingevolge de artikelen 15 en 18 van de Wegenverkeerswet (hierna: WVW) bij de gemeenteraad, voor zover het betreft verkeer op wegen die niet onder het beheer van het Rijk of van een provincie of waterschap vallen. Ingevolge het delegatie- en mandaatbesluit van de gemeente Oisterwijk is de bevoegdheid tot het nemen van bedoeld verkeersbesluit bij delegatiebesluit gedelegeerd aan het college van burgemeester en wethouders. Bij mandaatbesluit is de bevoegdheid tot het nemen van een dergelijk verkeersbesluit gemandateerd aan (domein)managers en ondermandaat verleend aan teamleiders, beleidsmedewerker verkeer en vervoer, beleidsmedewerker civiel en beheerder verkeer en verkeersvoorzieningen. Er bestaan twee soorten gehandicaptenparkeerplaatsen: algemene gehandicaptenparkeerplaatsen en gereserveerde gehandicaptenparkeerplaatsen op kenteken. Beide soorten worden in de navolgende paragrafen behandeld. 2.3.1 algemene gehandicaptenparkeerplaatsen 2.3.1.1 voor wie bestemd? De algemene gehandicaptenparkeerplaats is bestemd voor voertuigen van personen die in het bezit zijn van een gehandicaptenparkeerkaart bestuurder en voor voertuigen waarmee personen worden vervoerd die in het bezit zijn van een gehandicaptenparkeerkaart passagier en voor voertuigen met een gehandicaptenparkeerkaart voor instellingen. 2.3.1.2 aantal en plaats gehandicaptenparkeerplaats Voor de algemene gehandicaptenparkeerplaatsen geldt dat gemeenten hierin veel beleidsvrijheid hebben, omdat hiervoor geen wettelijke voorschriften gelden. Deze gehandicaptenparkeerplaatsen worden doorgaans gerealiseerd op nabij winkelcentra, sportaccommodaties, musea, schouwburgen, gemeentehuizen, bibliotheken en andere openbare instellingen.1Voor de uitwerking zie paragraaf 3.5. 2.3.1.3 betaald parkeerzone Ten aanzien van het al dan niet laten betalen voor het parkeren op algemene gehandicaptenparkeerplaatsen zijn gemeenten vrij om een eigen beleid te voeren. In de gemeente Oisterwijk hoeven personen en/of instellingen die in het bezit zijn van een geldige bestuurders-, passagiers- of instellingenkaart in de betaald parkeerzone niet te betalen voor het parkeren op de algemene gehandicaptenparkeerplaatsen. Voor het parkeren op dit soort parkeerplekken dient de gehandicaptenparkeerkaart duidelijk zichtbaar in het voertuig aanwezig te zijn. 2.3.2 gereserveerde gehandicaptenparkeerplaatsen Van rijkswege zijn geen nadere regels gesteld over het aanwijzen van gereserveerde gehandicaptenparkeerplaatsen. Uit jurisprudentie2O.m. AB 1995, 466 blijkt dat gemeenten de navolgende aspecten bij het opstellen van beleid mogen hanteren: mate van gehandicapt zijn; met andere woorden vanaf een bepaalde maximale loopafstand kan een gereserveerde gehandicaptenparkeerplaats geïndiceerd zijn. het beschikken over een gehandicaptenparkeerkaart bestuurder, passagier, instellingen. mate van parkeerdruk in de directe omgeving van de locatie waar de gereserveerde gehandicaptenparkeerplaats gerealiseerd zou moeten worden. mogelijkheid van parkeren op eigen terrein van de aanvrager. verkeersveiligheid en de doorstroming van het verkeer. Op grond van de artikelen 156 WVW 1994 en 29 van het BABW kunnen gemeenten de kosten, die voortvloeien uit de aanleg of verwijdering van een verkeersbord3bord E6 van bijlage 1 van het RVV 1990, waarmee een gereserveerde gehandicaptenparkeerplaats aangegeven wordt in rekening brengen bij degene ten behoeve van wie het bord is geplaatst.4Het BABW is de AMvB die wordt bedoeld in artikel 156 WVW 1994. De kosten die hier worden bedoeld zijn onder meer: arbeidsloon en materialen (w.o. verkeersbord, onderbord met opdruk kenteken, paal). 2.4 Intrekken gereserveerde gehandicaptenparkeerplaats Een gereserveerde gehandicaptenparkeerplaats kan worden ingetrokken indien er sprake is van gewijzigde omstandigheden. Hierbij moet worden gedacht aan het verlies van het recht op een gehandicaptenparkeerkaart of bij het overlijden van de aanvrager. Een gereserveerde gehandicaptenparkeerplaats wordt ook ingetrokken als de begunstigde verhuist. Indien men op het nieuwe woonadres ook over een gereserveerde gehandicaptenparkeerplaats wenst te beschikken, moet een nieuwe aanvraag worden ingediend. Een nieuw medisch onderzoek zal plaatsvinden als het vorige medische onderzoek ouder is dan 12 maanden.5Gekozen is voor 12 maanden, omdat over het algemeen het mogelijk is dat de maximale loopafstand verslechtert of verbetert. Een medisch onderzoek ouder dan 12 maanden wordt niet als recent genoeg geacht. RSV 2004, 259: e.e.a. hangt samen met artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht: bij de voorbereiding van een besluit moet een bestuursorgaan de nodige kennis vergaren omtrent de relevante feiten en af te wegen belangen. Dat nieuw medisch onderzoek kan achtwegen blijven indien de begunstigde aantoonbaar een niet herstelbare fysiek beperking heeft die ook ten grondslag heeft gelegen aan toekenning van een gereserveerde gehandicaptenparkeerplaats bij de oude woning. Ook kan er dan een nieuw onderzoek worden verricht naar de verkeerskundige component van de aanvraag. Het intrekkingbesluit betreft eveneens een verkeersbesluit. 2.5 Bijzondere wettelijke bepalingen ten behoeve van parkeren door gehandicapten Ten aanzien van bestuurders van motorvoertuigen en gehandicaptenvoertuigen, in het bezit van een geldige gehandicaptenparkeerkaart, gelden ingevolge artikel 85 van het RVV 1990 bijzondere regels met betrekking tot parkeren. parkeerschijfzone In een parkeerschijfzone6Of wel blauwe zone, bord E10 van bijlage 1 van het RVV 1990 mag door gehandicapten7Dus personen/instellingen in het bezit van een gehandicaptenparkeerkaart zonder verplicht gebruik van de parkeerschijf geparkeerd worden op parkeerplaatsen, die als zodanig zijn aangegeven of zijn voorzien van een blauwe streep. woonerf Binnen een woonerf mag buiten de parkeervakken met een parkeerschijf voor ten hoogste drie uren worden geparkeerd. parkeerverbod(zone) In het geval van een parkeerverbod8Bord E1 uit bijlage 1 van het RVV 1990(zone) mag met een parkeerschijf voor ten hoogste drie uren buiten de aangegeven parkeervakken worden geparkeerd. onderbroken gele streep Langs een onderbroken gele streep mag ook maximaal drie uur met een parkeerschijf worden geparkeerd. vrijstelling parkeergelden Het bestuursorgaan in de gemeente Oisterwijk heeft besloten om voor het parkeren op de algemene en/of gereserveerde gehandicaptenparkeerplaatsen gelegen in de betaald parkeerzone, met gebruikmaking van de gehandicaptenparkeerkaart, vrijstelling te geven voor het betalen van parkeergelden. Voor het parkeren op alle andere parkeerplaatsen gelegen binnen dezelfde betaald parkeerzone dient, ook al is de gehandicaptenparkeerkaart in het voertuig aanwezig, parkeergeld betaald te worden

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel